Verdediging bende drug- en wapenhandelaars stelt onderzoek in vraag

 

 ©  MARC HERREMANS - MEDIAHUIS

Bron: BELGA

Voor de Brusselse correctionele rechtbank is vrijdag het proces verder gegaan tegen negen personen die deel zouden hebben uitgemaakt van een criminele organisatie. Die zou zich ingelaten hebben met drug- en wapenhandel maar zou er ook niet voor teruggeschrokken zijn om andere drugbendes te overvallen. Het federaal parket eiste twee weken geleden gevangenisstraffen van 4 tot 12 jaar tegen de verdachten maar volgens de verdediging schort er heel wat aan het onderzoek.

Het onderzoek begon toen in juni 2018, in het kader van een ander gerechtelijk onderzoek, vier pistolen werden gevonden in een flat aan de Akenkaai. Onderzoek op die wapens leidde naar M.M., een 36-jarige Tsjetsjeense man die in de gevangenis verbleef. Toen die man onder elektronisch toezicht naar huis mocht, trok hij in bij zijn vriendin in de flat in de Akenkaai en begon de politie zijn handel en wandel nauwgezet gade te slaan. 

Uit dat onderzoek bleek volgens het parket dat M.M. verschillende wagens had besteld waarin hij geheime compartimenten liet bouwen om drugs te vervoeren. Speurders hoorden M.M. ook gesprekken voeren over de verkoop van vuurwapens, en over drugs. Zo zou M.M. in mei 2019 een overval georganiseerd hebben op een andere drugsbende die een lading drugs van 50 kilogram ging ophalen op de luchthaven van Schiphol. Ook zou M.M. in april 2019 samengewerkt hebben met een man van Marokkaanse origine, K.A. om 281 kilogram cocaïne op te halen in de Antwerpse haven.

Volgens de verdediging is het echter van bij het begin fout gelopen in het onderzoek, waardoor de strafvordering onontvankelijk zou zijn.

“Na de vondst van de wapens in de Akenkaai is er discussie geweest welk parket dit zou onderzoeken”, klonk het. “Nog voor die discussie beslecht was, is de Brusselse federale gerechtelijke politie al op eigen houtje met haar onderzoek gestart. Dat kan niet en maakt het hele onderzoek nietig.”

De verdediging wees ook op het arrest van 6 oktober 2020 van het Europees Hof van Justitie over de Belgische wetgeving rond dataretentie.

“Het Europees Hof heeft duidelijk geoordeeld dat de Belgische wetgeving omtrent het bewaren van elektronische communicatiegegevens door providers zoals Proximus en Telenet, een schending uitmaakte van het recht op een privéleven”, pleitte meester Sven Mary. “In dit dossier is gebruikgemaakt van die wetgeving om bewijs te vergaren en dat bewijs is dus onrechtmatig verkregen, wat, nog steeds volgens het Europees Hof, niet zonder gevolg kan blijven. Als dat niet betekent dat al het vergaarde bewijs geweerd moet worden, betekent dat op zijn minst dat de straf lager moet kunnen zijn dan het wettelijke minimum.”

Verschillende verdachten betwistten ook hun aandeel in de feiten, of dat ze een zo belangrijke rol zouden gespeeld hebben als het federaal parket voorhield. De rechtbank velt haar vonnis op 25 juni.

LEES OOK

Nu in het nieuws