Quinten Hermans heeft “fles wijn tegoed van Dan Martin” en vindt dat “tv-motoren te dicht bij favorieten rijden”

Quinten Hermans. Foto: Raymond Lemmens

Giro-debutant Quinten Hermans blikte woensdag in een column van Het Belang van Limburg terug op zijn passage doorheen het glooiende Italiaanse landschap. Hermans, die we voordien vooral kende als veldrijder, voelde zich tot nog toe wel in zijn nopjes in zijn eerste grote ronde. “Hoewel ik nooit langer onafgebroken koerste dan in deze Giro, voel ik me nog steeds prima.”

Maar de Giro is zelfs voor een geoefend werkpaard als Quinten Hermans een uitputtingsslag. “Uiteraard begint de vermoeidheid door te wegen. Maar dan kijk ik naar mijn vermogens in koers, en die zijn nog steeds goed. Dus mag ik mijn hoofd niet wijsmaken dat ik moe ben.”

“RAI-motoren nemen favorieten op sleeptouw”

De knecht van Intermarché-Wanty-Gobert Matériaux werkte zich de afgelopen twee weken met de glimlach uit de naad voor zijn kopmannen, maar had toch enkele bedenkingen bij de rol van de tv-motards van het Italiaanse RAI in deze Giro. “Woensdag was het niet de bedoeling dat ik mee zou glippen in de ontsnapping van de dag, maar dat gebeurde haast automatisch. Eenmaal weg heb ik de longen uit mijn lijf gereden voor Jan Hirt, de klimmer van onze ploeg, die deze rit wél had aangestipt. Maar onze ontsnapping kreeg jammer genoeg niet veel ruimte. Mede dankzij de motor van de RAI die dagelijks de favorietengroep op sleeptouw neemt. Die luxe kenden we vooraan niet. Het lijkt erop dat de Italiaanse tv dat bewust doet. Opdat de vedetten zeker zouden meedoen om ritwinst.”

De Looienaar vond na rit zeventien dat zijn zware inspanningen een beloning verdienen. “Desalniettemin wist een medevluchter, Dan Martin, het berenwerk van Pasqualon en mezelf om te zetten in ritwinst. We hebben dus nog een goeie fles wijn tegoed van de Ier. Zo moeilijk kan dat niet zijn: wordt zijn loon niet deels betaald door wijnhuis Vini Fantini? Enkele flessen zullen er dan wel van af kunnen, zeker?”

“Remco passeerde mij als een sneltrein”

Hermans was onder de indruk van de slotklim én van Remco Evenepoel, die woensdag noodgedwongen de strijd heeft moeten staken na een valpartij in een afdaling.“Op de eerste klim heb ik nog een inspanning van 10 à 12 minuten geleverd en nadien heb ik het laten lopen. Ik wilde zo min mogelijk krachten verspillen met het oog op de komende dagen. Viel dat even tegen. In de valleien hadden we doorlopend tegenwind en die slotklim… die was steil. Er zat niets anders op dan stoempen om boven te geraken. Toen ik de groep der favorieten zag voorbij stomen, miste ik Remco aan boord. Vier minuten later passeerde die me als een sneltrein. Wist ik veel dat hij gevallen was. Nu, gezien de snelheid die hij ontwikkelde moet hij zich geen zorgen maken. Hij reed minstens even snel als de hooggeplaatsten.”

Tot slot kijkt hij uit naar wat zijn eerste Ronde van Italië hem nog te bieden heeft, al doet hij dat met enige vertwijfeling.“De achttiende etappe dient zich aan als een ouderwetse overgangsrit. We moeten zomaar even 231 kilometer overbruggen in de Povlakte tussen Rovereto en Stradella. Het parcours is overwegend vlak met een stekelige finale. Daar liggen nog vier korte maar nijdige beklimmingen waarvan er wel maar eentje als helling wordt erkend. Terrein dat me in principe moet liggen. Alleen weet ik niet of ik voldoende hersteld zal zijn van de woensdagrit.”

Door Wouter van Biezen
AANGERADEN