België wil met grootste delegatie ooit afzakken naar de Winterspelen: gouden medaille levert atleet 50.000 euro op

 

 ©  ANP

Op de Winterspelen van 2018 in het Zuid-Koreaanse Pyeongchang vaardigde België 22 atleten af, de grootste delegatie sinds 1936. Olav Spahl, chef de mission voor de komende Zomerspelen in Tokio maar ook voor de Winterspelen van 2022 in Peking, mikt volgend jaar op 28 Belgische atleten in de Chinese hoofdstad. Dat zou meteen de grootste Belgische delegatie ooit zijn op de Winterspelen.

Bron: BELGA

In 1936 in het Duitse Garmisch-Partenkirchen bestond de Belgische delegatie uit 27 leden, de grootste Belgische selectie tot dusver. 

België keerde in 2018 voor het eerst in twintig jaar na de Winterspelen huiswaarts met een medaille. Bart Swings schonk Team Belgium zilver in de massastart. “De medaille van Bart heeft in 2018 zeker een momentum gecreëerd”, verklaarde Spahl op de BOIC-stage in het Portugese Rio Maior. “Verder is de structurele werking van de federaties en de steun van de gemeenschappen aan de topsportwerking van de federaties en hun visie op lange termijn zijn vruchten aan het afwerpen. Dat we vermoedelijk een ruime delegatie zullen hebben, heeft ook te maken met de aflossingsteams. In het shorttrack mikken we op een mannenploeg en een team in de mixed relay. Verder is het ook realistisch dat we een mannenteam in het biatlon sturen.”

De ambitie van het BOIC is een aanzienlijke stijging van het aantal topachtnoteringen in vergelijking met Pyeongchang. “Daar zorgde Bart Swings in zijn eentje voor vier olympische diploma’s (top acht, nvdr.)”, aldus Spahl. “Nu hopen we dat meerdere atleten hiertoe in staat zijn. Voor de medailles moeten we realistisch zijn. Bart beschouwen we natuurlijk als een medaillekandidaat. In de andere disciplines kunnen we op dit moment nog niet zo hoog mikken.”

Sinds Sotsji 2014 past het BOIC de internationale selectiecriteria toe. Dat is ook nu weer het geval. Uitzonderlijk kan het BOIC de Belgische nationale federaties die dit wensen toestaan om zelf selectiecriteria op te stellen die strikter zijn dan de internationale criteria.

“Voor de Olympische Spelen van Peking zullen we, zoals het er nu uitziet, waarschijnlijk twee selectiemomenten hebben”, aldus Spahl. “De eerste net voor de kerstperiode voor de schaatsnummers en een tweede kort na 15 januari voor de ski- en sneeuwdisciplines en voor bobslee en skeleton. Atleten zullen dus pas laat zekerheid hebben over hun selectie, één week later vertrekt de delegatie al richting de Chinese hoofdstad.”

In aanloop naar Pyeongchang 2018 trokken skiërs Marjolein Decroix en Dries Van den Broecke naar de burgerlijke rechtbank om de selectie van Sam Maes aan te vechten, omdat ze vonden dat ze meer recht hadden op een startplaats. “Iedereen heeft het recht om die weg te bewandelen als men denkt dat een beslissing niet terecht is”, verklaarde Spahl. “Maar we proberen heel transparant keuzes te maken, op basis van de internationale criteria en de bijkomende selectiecriteria binnen de nationale federaties. De afgelopen zomer hebben we, samen met een advocatenbureau, extra inspanningen gedaan om alles op dit vlak zo duidelijk mogelijk te maken.”

Op de komende Winterspelen zijn er drie clusters: Peking, Yanqing en Zhangjiakou. Team Belgium zal in elke cluster vertegenwoordigd zijn met vijf tot acht atleten. “Het is voor ons als land met minder deelnemers een enorme uitdaging om dat optimaal te organiseren en op elke site een goede omkadering te voorzien”, besloot Spahl.

Gouden medaille levert Belgische atleet 50.000 euro op

Belgische atleten die volgend jaar op de Olympische Winterspelen in het Chinese Peking een gouden medaille behalen, krijgen daarvoor een premie van 50.000 euro (bruto). De premies zijn dezelfde als die voor de komende Zomerspelen in het Japanse Tokio.

Zilver is goed voor 30.000 euro, brons levert 20.000 euro op. Daarna daalt de premie tot 10.000 euro (vierde plaats) en 5.000 euro (vijfde tot achtste plaats).

Ook voor de ploegsporten bedragen de premies per ploeg 50.000 euro (goud), 30.000 euro (zilver), 20.000 euro (brons), 10.000 euro (vierde plaats) en 5.000 euro (vijfde tot achtste plaats). Die bedragen worden vermeerderd met 10 procent per bijkomende atleet - vanaf de tweede geaccrediteerde atleet die deel uitmaakt van de ploeg - en worden gelijk verdeeld onder de atleten van de ploeg.

Ook trainers krijgen een premie in het geval van eremetaal, die bedraagt maximum 25 procent van wat de atleten ontvangen.

De premies worden toegekend door de Nationale Loterij.

 

 ©  BELGA

Belgian Bullets na tegenvallend seizoen: “Valse noot in ons verhaal”

Op de Olympische Winterspelen van 2018 in Pyeongchang stuurde An Vannieuwenhuyse (30) haar tweemansbob naar een 12e plaats, toen nog met Sophie Vercruyssen. Samen met remster Sara Aerts (37) mikt ze hoger op de Winterspelen van volgend jaar in Peking (4-20 februari 2022), al is dat niet evident na een tegenvallend seizoen.

De Belgian Bullets moesten tevreden zijn met een 15e plaats in het eindklassement van de wereldbeker. Hun beste resultaat was twee keer een elfde plaats, in het Oostenrijkse Innsbruck en in het Duitse Königssee.

“Het gevoel was soms wel goed, maar de resultaten reflecteerden dat niet. We kwamen vaak net tekort”, zei Aerts op de BOIC-stage in het Portugese Rio Maior. “Voor een elfde plaats doen we het niet”, vulde Vannieuwenhuyse aan. “Het was één van onze minder goede seizoenen, dit gevoel wil je niet hebben in een preolympisch jaar. Het is een valse noot in ons verhaal. Vorig seizoen zijn we te laat aan onze opbouw begonnen, daar zullen we lessen uit trekken.”

Het beste resultaat van de Belgian Bullets op de Spelen was een zesde plaats in 2014 in Sotsji, toen werden Elfje Willemsen en Hanna Mariën zesde. Ondanks de mindere prestaties afgelopen seizoen willen Vannieuwenhuyse en Aerts toch in de top acht eindigen in Peking.

De Belgian Bullets hebben een eerste seizoen in hun nieuwe slee Ruby - kostprijs: 60.500 euro - achter de rug. Die kocht Vannieuwenhuyse zelf aan. “We moesten ons wat aanpassen aan het nieuwe stuurmechanisme”, vertelde ze. “Onze andere slee, Spanky, is nog altijd snel maar de laatste jaren hadden we af en toe te maken met materiaalpech. Ruby geeft ons op dat vlak meer zekerheid. In oktober willen we zowel Ruby als Spanky testen op de baan in Peking, al is het financieel gezien niet evident om de sleeën tot daar te krijgen. Het transport van één slee naar China loopt makkelijk op tot 20.000 euro.”

Na de komende Winterspelen zet Aerts een punt achter haar loopbaan als atlete. “Dan is het gedaan met eender welke vorm van topsport, het is tijd voor het echte leven”, lachte de voormalige meerkampster. “Maar ik heb het gevoel dat ik nu meer gemotiveerd ben dan vorig seizoen, gewoon omdat ik weet dat het begin volgend jaar stopt. Ik wil er nog een keer echt alles uit halen”, aldus Aerts, die met Elfje Willemsen elfde werd op de Winterspelen van 2018 in Pyeongchang.

In Peking staat de monobob voor het eerst op het olympisch programma. Maar Vannieuwenhuyse acht de kans klein dat ze in die discipline zal aantreden.

Vannieuwenhuyse en Aerts betreuren tot slot dat het project rond de nieuwe startbaan in België nog altijd stilligt. Het plan was dat die dezelfde hellingsgraad zou krijgen als de olympische baan in Peking. “We moeten nog altijd naar het buitenland uitwijken om te trainen. En vorig jaar was dat niet mogelijk vanwege de coronacrisis. We voelden ook echt het gebrek aan specifieke trainingen in de voorbereiding. Met een startbaan in België hadden we dat kunnen vermijden”, besloot Vannieuwenhuyse.

 

 ©  BELGA

Skicrosser Xander Vercammen heeft mentaal zwaar seizoen achter de rug

Met Xander Vercammen (22) heeft Team Belgium een talentvolle skicrosser in de rangen. Op de BOIC-stage in het Portugese Rio Maior zit hij al met zijn gedachten bij het grote doel van komend seizoen: de Olympische Winterspelen in Peking (4-20 februari 2022).

In de skicross worden er 32 quotaplaatsen uitgedeeld voor de Spelen, waarvan één voor het gastland. Er mogen maximum vier atleten per land aantreden. “De kans dat ik er in Peking bij ben, is groot. Momenteel sta ik op de 35e plaats op de ranking. Het komende wereldbekerseizoen hoop ik nog op te klimmen. Het is mijn ambitie om verschillende keren top 16 te skiën”, verklaarde de eerste Belg die meedraait in het wereldbekercircuit skicross.

In februari strandde Vercammen op het WK in het Zweedse Idre Fjäll in de kwalificaties, hij werd er 36e. “Ik heb het nog moeilijk om me mentaal klaar te stomen voor een wedstrijddag. Ik ben te zenuwachtig, en daardoor maak ik fouten die ik op training niet maak. Met behulp van Jef Brouwers probeer ik dat onder controle te krijgen.”

Vercammen werkte voor het eerst een heel seizoen af op wereldbekerniveau. Op 20 december werd hij 17e in de WB-manche in het Franse Val Thorens, zijn beste prestatie tot nog toe. “In het begin van het seizoen heb ik goed gepresteerd, maar dat kreeg geen vervolg. Op mentaal vlak was het dan ook een heel zwaar seizoen, vooral door de coronacrisis. Na de training ga je als enige Belg meteen je kamer in. En dan voel je je soms heel eenzaam”, aldus Vercammen, die afgelopen seizoen met de Australiërs trainde.

Zoals de meeste skicrossers komt Vercammen uit de alpijnse skiwereld. “Eerst moet je gewoon goed kunnen skiën. Ik ben erin gerold toen de federatie voor Sam Maes koos om in de alpijnse ski aan te treden op de Olympische Jeugdwinterspelen van 2016 in het Noorse Lillehammer. Men vroeg me dan om de skicross in overweging te nemen, en met succes want ik behaalde zilver op die Jeugdspelen”, besloot Vercammen, die het statuut van topsporter bij Defensie heeft.

Gerelateerd