Mauri Vansevenant doet zondag gooi naar ritwinst in hertekende koninginnenrit Ronde van Zwitserland: “Ik wil mee in de vlucht”

Foto: BELGA

De slotrit en tevens de koninginnenrit van de Ronde van Zwitserland wordt hertekend. Door de sneeuwval zijn niet alle bergpassen boven de 2.000 meter open voor verkeer. De rit is nu 159,5 kilometer lang en begint meteen stevig.

Daar waar de renners zaterdag in de tijdrit naar beneden suisden, moeten ze nu omhoog. De Oberalppass is goed voor 10,8 km aan 5,5%. Na een lange afdaling volgt de Lukmanierpass - 16,5 km klimmen aan 5,3%. De Lukmanierpass ligt op 1.915 meter boven de zeespiegel, maar nadien zakken de renners terug naar 250 meter boven zeeniveau.

Eenmaal beneden gaat het twintig kilometer vals plat omhoog om dan in één ruk door aan de Gotthardpass te beginnen - een col van 13 km aan 6,8%. Boven is het nog vijftien kilometer bergaf tot aan de streep. Het zal er razendsnel aan toe gaan. Op de lange rechte stukken in de afdaling van de Oberalppass naar Andermatt halen de renners hun snelheidsrecords van het seizoen. Snelheden tot 115 km/u zijn geen uitzondering.

Belgische klimmers

Langs Belgische zijde is het uitkijken naar wat de aanwezige klimmers Floris De Tier, Xandro Meurisse, Kobe Goossens, Maxim Van Gils, Tiesj Benoot en zeker Mauri Vansevenant nog in hun mars hebben. De 22-jarige West-Vlaming van Deceuninck - Quick-Step ambieerde vooraf deze Ronde van Zwitserland een klassement, maar draaide die ambitie snel bij. “Ik had al na twee dagen begrepen dat een goed klassement te hoog gegrepen was. Het deelnemersveld is hier enorm sterk en als mijn benen dan iets minder zijn, moet je snel inbinden.”

“Ik mag niet klagen over mijn niveau, maar merk dat ik nog niet zo top ben als tijdens de Ardennenklassiekers of in de Ronde van het Baskenland”, zegt Vansevenant. “Voor deze Ronde van Zwitserland ben ik op hoogtestage naar de Sierra Nevada getrokken. Ik denk dat ik nog wat koershardheid mis om mijn beste niveau te bereiken. Ik zit nu aan tachtig procent van mijn mogelijkheden en mis nog die ultieme versnelling. Indien ik zou hebben vastgehouden aan het plan om op een klassement te mikken, had dat ergens rond de achttiende of negentiende plaats geëindigd. Dat is degelijk, maar dat brengt geen zoden aan de dijk. Dan kan je beter op andere doelen mikken.”

Een ritzege bijvoorbeeld. “In de tijdrit heb ik doorgereden, maar ben ik niet tot het uiterste gegaan en heb ik ook geen risico’s genomen. Ik wou voornamelijk krachten sparen om zondag voor ritwinst te gaan door mee te glippen in de vlucht. Ik heb het al twee keer geprobeerd. In de etappe van donderdag was ik in het begin te enthousiast en moest ik dat snel bekopen. In de rit van vrijdag ben ik tijdens het ontstaan van de vlucht nooit over mijn toeren gegaan en voelde ik mij dan ook groeien doorheen de rit, alleen was het nog niet voldoende om mee te doen voor de zege. Zondag misschien wel. Het wordt eerst zaak om mee te gaan in de vlucht. Dat is vaak al een prestatie op zich”, aldus Vansevenant.

Door Bram Vandecapelle
AANGERADEN