Advocaat Belfius op Arco-proces: “Geen bewijs voor de ‘grote misleiding’ van coöperanten”

Bron © BELGA

Foto: BELGA

“Er is geen bewijs voor de ‘grote misleiding” van de Arco-coöperanten. Dat heeft de advocaat van Belfius donderdag gepleit op de derde dag van het Arco-proces voor de Nederlandstalige ondernemingsrechtbank van Brussel.

Juridisch advieskantoor Deminor trok namens bijna 2.200 van de destijds zowat 800.000 gedupeerde coöperanten van Arco - de vroegere financiële arm van de christelijke arbeidersbeweging - naar de rechtbank. Ze verloren hun geld dat ze in de coöperatieve aandelen gestopt hadden toen Dexia in 2011 op de fles ging. Arco had immers vooral belegd in Dexia, die de rechtsopvolger was van BACOB, de vroegere bank van de christelijke arbeidersbeweging. Volgens Deminor werden de coöperanten jarenlang misleid over de risico’s verbonden aan de coöperatieve aandelen. Terwijl het voor velen een argeloze vorm van sparen was, bleek het volgens de eisers wel een risicovolle belegging.

Namens bank in overheidshanden Belfius, die ontstond uit de Belgische tak van Dexia, bespeurde advocaat Dominique Blommaert helemaal geen grote misleiding van coöperanten. “Voor Belfius is dit de eerste keer dat ze gekozen heeft zich publiek uit te laten over deze zaak, en dus niet via de media”, vatte de raadsman van advocatenkantoor Janson aan. Daarbij had hij het ook over een vrij agressieve aanpak van Deminor. “Belfius had liever gezien dat de Arco-cöperanten niet als gevolg van de financiële crisis hun inleg dreigen kwijt te spelen.” Binnen de bank is er “veel begrip” voor de coöperanten, “maar wij betwisten met klem de vorderingen”. De procedureregels zijn deel van het wettelijk bestel, klonk het ook.

Zo kaartte de advocaat bijvoorbeeld aan dat alle 2.172 eisers dezelfde vordering hebben, ongeacht de onderlinge verschillen en hun feitelijke en juridische positie. Ook kan het voor hem niet door de de beugel dat ze slechts één collectieve stukkenbundel neergelegd hebben. En de coöperanten in deze rechtszaak zijn “geen homogene maar een heterogene groep”, bijvoorbeeld met verschillende posities in de tijd (wanneer stapte men bijvoorbeeld in, etc). “Blijkbaar was het een misleiding die 30 tot 40 jaar zou geduurd hebben”, trok Blommaert een en ander in twijfel.

De advocaat van Belfius wees er bovendien op dat niet alle coöperanten aandelen hebben in dezelfde Arco-coöperatie. Ook zijn ze niet allemaal via de voorlopers van de bank coöperant geworden.

Ook de bewijslast van Deminor werd in twijfel getrokken. de stukkenbundel is “vederlicht”, luidde het verdict. “De eisers falen volstrekt in de individuele bewijslast.” Daarbij nam hij ook de enquête die Deminor afnam bij haar cliënten op de korrel. Eigen beweringen zijn geen bewijs, maar dit is de rode draad in het dossier, aldus Blommaert.

Voorts zou Deminor de feiten in het licht van achteraf verworven kennis bekijken. De opvattingen over de risico’s in de banksector zijn veranderd, klonk het onder meer. Ook kwam de eerdere kritiek op BACOB aan bod, die volgens de eisers te zeer risico’s opzocht. De bank was “in de jaren 90 een klassieke niet beursgenoteerde spaarbank met een zeer defensief risicoprofiel”, zei Blommaert.

De raadsman van Belfius wees nog op de uittredingsmogelijkheid van de coöperanten: die is “het wezenskenmerk van een coöperatief aandeel”. Het verleent het aandeel “een bijzonder defensieve risicograad”. Zo kon men - voor de neergang - bij uittreding bijvoorbeeld de inbreng recupereren of was er geen overnemer nodig.

Door jvh
AANGERADEN