Dit leerde de eerste helft tegen Finland ons: het moet van Kevin De Bruyne komen, debutanten kennen wisselend succes

Foto: BELGA

De Rode Duivels kwamen in de eerste 45 minuten nog niet tot scoren tegen een stug Finland en hebben dus nog werk voor de boeg na de rust. Deze drie lessen trokken wij uit de eerste helft.

Het moet van Kevin De Bruyne komen

Tegen Finland begonnen de Rode Duivels voor het eerst op dit EK met Axel Witsel, Kevin De Bruyne én Eden Hazard aan de match. In de eerste helft tegen de Finnen viel op dat KDB het verst staat van die drie. Niet geheel onlogisch aangezien De Bruyne maar even out was met een gezichtsblessure, terwijl de twee anderen maanden langs de kant stonden met spierblessures. De Rode Duivels hadden het vooral in het eerste halfuur lastig om de Finnen te bedreigen. Als er dan toch eens een kans gecreëerd werd, vertrok de aanval meestal bij De Bruyne. Ook Eden Hazard probeerde initiatief te nemen, maar zag meer van zijn acties mislukken.

Debutanten met wisselend succes

Met Leandro Trossard en Jérémy Doku kregen twee Rode Duivels hun eerste speelminuten op een groot toernooi. Trossard begon tegen Finland aan de match als rechterwingback, een voor hem nogal ongebruikelijke positie. En dat was er ook aan te zien. In verdedigend opzicht hield de aanvaller van Brighton goed positie, alleen had hij geregeld een overtreding nodig om zijn rechtstreekse tegenstander af te stoppen. Jérémy Doku liet zich in de pocket achter Romelu Lukaku wel positief opmerken. Tien minuten voor rust bood hij Lukaku met een goeie pass de assist voor de 0-1 aan, enkele minuten later hield de Finse keeper Hradecky hem van zijn allereerste goal op een groot toernooi.

Dit leerde de eerste helft tegen Finland ons: het moet van Kevin De Bruyne komen, debutanten kennen wisselend succes
Foto: BELGA

De Finnen stellen onze onuitgegeven verdediging amper op de proef

Gert Verheyen noemde Finland samen met Noord-Macedonië de zwakste ploeg op dit EK. En we kunnen onze moeilijke analist moeilijk ongelijk geven. De Finnen hielden het in het eerste deel van de eerste helft relatief goed op slot tegen onze Rode Duivels, gaven daarna iets meer ruimte weg, maar creëerden vooral zelf bijzonder weinig. Daardoor werd onze onuitgegeven verdediging – met Boyata, Denayer en Vermaelen – amper op de proef gesteld in de eerste helft. Als Teemu Pukki dan toch eens een kans op een kans kreeg in de Belgische zestien, was er Kevin De Bruyne, die naast Axel Witsel op het middenveld startte, om hem de bal net op tijd af te snoepen.

Door Yanko Beeckman
AANGERADEN