Minder jongeren wegens delict voor jeugdrechter in 2020

 

 ©  BART DEWAELE

Bron: BELGA

In coronajaar 2020 is het aantal jongeren die wegens een delict voor de jeugdrechter moesten verschijnen, gedaald in Vlaanderen. Dat blijkt uit gegevens van het agentschap Opgroeien.

Vorig jaar moesten 1.455 jongeren tussen 12 en 18 jaar na een delict voor de jeugdrechter verschijnen. Het gaat om een daling met 8 procent in vergelijking met 2019, toen er 1.580 nieuwe vorderingen voor jeugddelicten waren.

De maatregelen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan - lockdowns, schoolsluitingen, de beperkte mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding - leidden dus niet tot meer delicten door jongeren, concludeert het agentschap Opgroeien. “Integendeel”, zegt woordvoerder Niels Heselmans. “Ondanks de vele coronamaatregelen die jongeren moesten ondergaan, waren er dus minder vastgestelde diefstallen, inbraken of drugsfeiten bij minderjarigen.”

Minder time-outs

Daarnaast daalde het aantal opgenomen jongeren in gemeenschapsinstellingen, van 1.624 in 2019 tot 1.444 in 2020. “De globale dalende trend is vooral terug te vinden bij de instroom van jongeren in een verontrustende situatie die voor een time-out in een gemeenschapsinstelling werden opgenomen. Dat aantal daalde van 739 naar 529”, licht Heselmans toe. “Door de coronamaatregelen werd er in open jeugdvoorzieningen meer ingezet op begeleiding in de verblijfscontext van de jongere. Bovendien zorgden de bijkomende coronarichtlijnen binnen de gemeenschapsinstellingen voor minder mogelijkheden om time-outs in te zetten.”

Kortverblijf

Het aantal jongeren die voor een delict werden opgenomen in een gemeenschapsinstelling, nam wel toe met 6 procent. Het agentschap Opgroeien wijst daarvoor naar de nieuwe formule van het kortverblijf, die de Vlaamse regering in juni 2020 invoerde om de toegenomen druk op de gemeenschapsinstellingen tijdens de coronacrisis te verzachten. Jongeren verblijven daarbij minimaal vijf en maximaal veertien dagen in een leefgroep en krijgen in die periode begeleiding. “In 2020 werden op die manier 92 jongeren voor het eerst via kortverblijf opgevangen in drie specifiek opgerichte leefgroepen”, aldus Heselmans. “De maatregel heeft ervoor gezorgd dat het aantal weigeringen van jongeren die verdacht worden van erg zware feiten, in de gemeenschapsinstellingen eind 2020 in vergelijking met 2019 werd gereduceerd van een veertigtal per maand tot minder dan twee.”

Alternatieve maatregelen

Naast een verblijf in een gemeenschapsinstelling kan de jeugdrechtbank sinds de invoering van het jeugddelinquentierecht in september 2019 onder meer ook alternatieve, herstelgericht maatregelen opleggen aan jonge delictplegers. In 2020, het eerste volledige jaar, liepen er 129 delictgerichte contextbegeleidingen. “Door jongeren en hun gezin of netwerk intensief te betrekken, vermijden we dat een jongere in een gemeenschapsinstelling wordt geplaatst of kunnen jongeren sneller uitstromen uit zo’n gesloten setting”, legt de woordvoerder van het agentschap Opgroeien uit. Vorig jaar waren er ook 132 zogenaamde “positieve projecten”. Daarbij neemt een jongere zelf deel aan een activiteit, een programma, een opleiding of gemeenschapdienst.

“De introductie van nieuwe begeleidingsvormen, zoals delictgerichte contextbegeleiding en de formule kortverblijf, zorgen ervoor dat alle jongeren die een delict plegen of ervan verdacht worden, op maat kunnen worden gestraft en begeleid”, reageert Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V). “We zijn bijzonder tevreden om nu al vast te stellen dat het management van instroom, doorstroom en uitstroom op een niveau zit dat we geen jongeren meer moeten weigeren. Dat was maatschappelijk niet aanvaardbaar en hebben we in 2020 verholpen.”

LEES OOK

Nu in het nieuws