Inkomen van rijkste Vlamingen meer dan drie keer hoger dan dat van armsten, 660.000 Vlamingen komen moeilijk rond

 

 ©  Jordi Huisman/Hollandse Hoogte

Bron: BELGA

In 2019 lag het huishoudinkomen van de twintig procent rijkste inwoners van het Vlaamse Gewest 3,4 keer hoger dan het huishoudinkomen van de twintig procent armste inwoners. Dat meldt Statistiek Vlaanderen.

De inkomenskwintielverhouding (S20/S80) is een internationale maat om de inkomensverdeling van een land of een regio in kaart te brengen. Een huishoudinkomen omvat alle inkomsten van de leden van het huishouden uit economische activiteit, uit eigendom en uit sociale zekerheids- en bijstandsuitkeringen.

In 2019 lag de inkomenskwintielverhouding, gebaseerd op de huishoudinkomens van 2018, in het Waalse Gewest (3,6) iets hoger dan in het Vlaamse Gewest (3,3). Het verschil met het Brussels Hoofdstedelijke Gewest (4,7) was groter. In volledig België lag de inkomenskwintielverhouding toen op 3,6. 

Moeilijk rondkomen

Zo’n 10 procent van de bevolking in het Vlaamse Gewest geeft aan deel uit te maken van een huishouden dat moeilijk tot zeer moeilijk rondkomt met het beschikbare inkomen. Dat komt overeen met ongeveer 660.000 personen. Wie moeilijk de eindjes aan elkaar kan knopen, leeft in subjectieve armoede.

Wat de subjectieve armoede betreft, waren de verschillen tussen mannen en vrouwen en tussen verschillende leeftijden beperkt. Voornamelijk werklozen (37 procent van de bevolking in subjectieve armoede), niet-actieve mensen exclusief gepensioneerden (21 procent), leden van eenoudergezinnen (25 procent), alleenstaanden (20 procent), huurders (27 procent) en ook laaggeschoolden (17 procent) kenden in 2020 een hogere subjectieve armoede in het Vlaamse Gewest.

Vakantiearmoede

Vijftien procent maakt dan weer deel uit van een gezin dat zich om financiële redenen geen week vakantie buitenshuis kan veroorloven. Dat komt overeen met 950.000 personen. Ook door vakantiearmoede werden in 2020 voornamelijk werklozen (50 procent van de bevolking in vakantiearmoede), niet-actieve mensen exclusief gepensioneerden (25 procent), leden van eenoudergezinnen (32 procent), alleenstaanden (28 procent), huurders (36 procent) en ook laaggeschoolden (27 procent) getroffen.

LEES OOK

Nu in het nieuws