Lotte Kopecky heeft knop omgedraaid na zure Spelen: “Ik ben nog niet klaar. Op de weg én op de piste”

 

 ©  BELGA

Lotte Kopecky (25) keerde gehavend terug uit Tokio, zowel fysiek als mentaal. Haar ritzege in de Vuelta heeft al wat zorgen uit haar hoofd verbannen, maar op het WK en in Parijs-Roubaix wil ze er echt staan. Zaterdag op het EK in Trento volgt een nieuwe test. “Ik heb snel de knop omgedraaid, want er komen nog mooie momenten aan.”

Werner Bourlez in Trento

Ze was zo goed begonnen aan de Olympische Spelen in Tokio. De ontgoocheling was groot door de gemiste medaille in de wegrit, maar die vierde plaats was uitstekend. Dan maar oogsten op de piste. De ploegkoers met Jolien D’hoore liep af met een sisser, mede door twee valpartijen. En het omnium was amper begonnen toen een nieuwe val er al een einde aan maakte. “Toen dacht ik: Heb ik hier zo lang naar toegewerkt?”, aldus Kopecky. “Het is helemaal niet geworden wat ik ervan verwacht had. Dat was een moeilijk moment. En ik was geblesseerd natuurlijk, het was onduidelijk hoe dat ging evolueren. Maar van mijn heup heb ik geen last meer. Ik heb soms nog wat hinder door een barst aan de ribben, maar tijdens het fietsen valt het goed mee. Tijdens de koers denk je daar niet meer aan. Ik heb snel de knop omgedraaid, want er komen nog mooie momenten aan.”

Die ritzege in de Challenge by La Vuelta moet je toch een boost hebben gegeven?

“In die drie dagen had ik niet het gevoel dat ik stond waar ik wou staan. Oké, er was die zege in de slotrit, maar ik heb afgezien. Ik had die dagen blijkbaar nodig om er door te komen. Ik heb nu nog het EK en de tweedaagse Trophée des Grimpeuses in Vresse-sur-Semois met de nationale ploeg voor de grote doelen er aankomen: het WK in Vlaanderen en Parijs-Roubaix.”

 

 ©  Getty Images

Beschouw je het EK puur als voorbereiding of valt hier ook iets te rapen?

“Het is duidelijk: het WK is het allerbelangrijkste. Alles wat ik onderweg nog kan meepakken, is een ferme bonus. Pas op: ik wil het hier goed doen, hè, maar ik ben mij ervan bewust dat ik de topconditie nog niet beetheb. Het wordt zaterdag een korte, intense wedstrijd. Op dat klimmetje wordt het net niet of net wel, het zal afhangen van de vorm van de dag.”

Komt het wel goed tegen het WK?

“Ja, in twee weken tijd is er nog veel mogelijk. Na Madrid heb ik serieus bijgetraind en ook thuis goed gewerkt. Ik moet wedstrijdhardheid opdoen en hier in Trento zal dat zeker kunnen. Het wordt op die helling minstens acht keer een inspanning van een goede vijf minuten, dat zal van pas komen. Het komt goed. Het WK-parcours ligt mij in ieder geval veel beter. Daar zal ik beter tot mijn recht komen.”

 

 ©  BELGA

Annemiek van Vleuten zegt dat het te makkelijk is. Ze begrijpt niet waarom het parcours niet zo zwaar is als dat van de mannen.

“Ik denk dat iedereen zal verschieten hoe zwaar het wordt. Alles komt snel na elkaar. En op die plaatselijke ronden is het draaien en keren. Het wordt lastig genoeg, hoor. De beste zal winnen.”

Wat na Parijs-Roubaix? Rusten? Het WK baanwielrennen rijden? Of toch weer veldrijden?

“Twee dagen na Parijs-Roubaix is er The Women’s Tour in Groot-Brittannië en eind oktober volgt het WK piste in Roubaix. Daarna gaat de riem er even af. Ik zal wel zoals vorig jaar opnieuw wat crossen afwerken, puur voor het plezier. Als trainingsprikkel, niet om te presteren. Dat zal mij weer deugd doen.”

Trek je met revanchegevoelens naar het WK baanwielrennen?

“Na Tokio heb ik niet het gevoel dat ik klaar ben met de piste. Ik wil daar nog iets bewijzen. Ik weet nog niet precies wat ik zal rijden – zeker het omnium en wat losse nummers. Jolien D’hoore zal er niet meer bij zijn, maar we hebben Shari Bossuyt. En met Marith Vanhove en Katrijn De Clercq zijn er twee supertalenten op komst.”

 

 ©  BELGA

LEES OOK

Nu in het nieuws