6.200 olympische dopingtests in Tokio 2021, (voorlopig) slechts 6 positieve gevallen

Chijindu Ujah, de bekende van de zes die in Tokio positief testte, en lid van de zilveren 4x100m-ploeg van Engeland. 

Chijindu Ujah, de bekende van de zes die in Tokio positief testte, en lid van de zilveren 4x100m-ploeg van Engeland. ©  ISOPIX

Tijdens de uitgestelde Olympische Spelen van Tokio 2021 werden 6.200 dopingtests uitgevoerd. Dat leverde tot nog toe 6 positieve gevallen op. Voor het eerst werd getest op gendoping.

Hans Jacobs

Van de 4.255 olympische atleten werd meer dan een derde minstens één keer getest. Tot nog toe testten 6 atleten positief, zo blijkt uit de statistieken van het International Testing Agency (ITA), dat de olympische dopingcontroles organiseerde. De bekendste is de Britse sprinter Chijindu Ujah, lid van de 4x100m-ploeg die zilver won. Ujah testte positief op ostarine en S-23, spieropbouwende middelen. Hij en de Britse ploeg riskeren de zilveren medaille te verliezen. Tot de zes behoren ook twee langeafstandslopers uit Bahrein die via een bloedtransfusie hun prestaties wilden bevorderen.

De 6.200 dopingcontroles werden uitgevoerd in de directe aanloop – buitencompetitiecontroles, nog altijd de meest efficiënte manier om doping op te sporen – en tijdens de Spelen en er werd gericht gecontroleerd – atletiek, zwemmen, wielrennen, roeien, gewichtheffen... Niet elk land werd evenveel gecontroleerd, ook daar werd gekeken naar het verleden welke landen ‘dopinggevoeliger’ zijn. Zo werden Rusland en China proportioneel bekeken het meest getest.

Voor het eerst tijdens de Olympische Spelen werd er getest op gendoping. Voor de Spelen werden er nog eens 25.000 controles uitgevoerd.

Zes positieve atleten is slechts een voorlopig aantal, en zo goed als zeker zal het daar niet bij blijven. Want de volgende stap is het bewaren van de dopingtests – dat kan tot tien jaar lang – en het hertesten met betere opsporingsmethodes.

Gerelateerd