Adriaan Van den Hoof komt met nieuwe zaalshow én boek: “Noem het geen ‘best of’, maar citaten uit het verleden”

In blikt Adriaan Van den Hoof terug op zijn vorige vijf solovoorstellingen. 

In blikt Adriaan Van den Hoof terug op zijn vorige vijf solovoorstellingen. ©  DBA

Onder de titel ’t Zal schoon zijn als het af is laat Adriaan Van den Hoof donderdag zowel een nieuwe zaalshow als een boek op de wereld los. In beide blikt hij terug op zijn vorige vijf voorstellingen. Welke sketches en scènes zijn hem en het publiek bijgebleven en blijven ook veertien jaar na zijn debuut als soloartiest overeind? Een ‘best of’ wil hij het niet noemen, wel een voorstelling met “citaten uit het verleden”. Wij overliepen vijf van die citaten met hem.

Wout Desmytere

Marina’s in de Hunkemöller

“Binnen ‘dees’ en tien jaar gaat de zee vijf meter stijgen. Da’s wel een probleem, want ‘welle’ gaan altijd naar een strand en dat is maar zeven meter diep.”

Het is het begin van een absurde, maar waargebeurde conversatie tussen twee Kempense dames in de Hunkemöller. Van den Hoof deelde die met de toeschouwers van zijn eerste show. “Toen ik aan dat pashokje stond, dacht ik voor de eerste keer: Damn, misschien moet ik dat eens op een podium vertellen. 90 procent van mijn materiaal bestaat uit dingen die ik of vrienden van mij echt hebben meegemaakt. Hoe je dat doet, zo’n show maken? Je ogen en oren openhouden.”

Gesjareld in het theater

“Er komt een oude man op. Of een jonge man, geschminkt als oude man. Dat is verschrikkelijk, want dat zie je altijd”

De heropening van de theaters is Van den Hoofs uitgelezen kans om nog eens op te lijsten waaraan hij zich ergert wanneer hij zelf in de zaal zit. Aan musicals, aan moderne dans, aan performances, maar vooral aan stukken die verkeerd worden gebracht. “Op de toneelschool speelden wij stukken van Tsjechov, een fantastische schrijver met veel humor. Maar dan ga je naar een andere opvoering van diezelfde stukken kijken. Ineens is alle humor verdwenen, duurt het een uur langer en zit je te knikkebollen in de zaal. Dan voel je je – welja – gesjareld. Veel mensen hebben al zo’n avond gehad, want ik word nog geregeld aangesproken over die sketch.”

Van gsm tot iPad

“Ik stapte onlangs in mijn auto en ineens zei mijn smartphone: ‘Acht minuten tot aan de Delhaize.’ Ik ga elke ochtend naar de Delhaize, en die wist dat!”

Een stokpaardje van Van den Hoof: een haat-liefdeverhouding met technologie. “Grappig om dat terug te lezen. In mijn eerste voorstelling zeg ik nog: Zo’n gsm, dat is kut, zeg. Eén show later: Die iPads, wat zijn dat voor iets? Om dan een show later te bekennen: Ik heb nu zelf zo’n iPhone. Terwijl we over een tijdsspanne van ‘slechts’ veertien jaar spreken.”

“Ik had gezworen dat ik me nooit zou laten vangen aan zo’n toestellen. Maar dan koop je er eentje en raak je er toch aan verslingerd. Zelfs mijn ouders hebben iPhones. Mijn moeder stuurt vaak spraakberichten die nergens over gaan. En veel onscherpe foto’s.” (glimlacht)

De wereld volgens Otto en Finn

“Toen we samen naar beelden van vluchtelingen in bootjes zaten te kijken, vroegen ze: ‘Papa, als het hier ooit oorlog wordt, gaan wij dan ook vluchten?’ Daar sta je dan als ouder”

Van den Hoofs zonen Otto en Finn zijn geregeld hoofdfiguren in de verhalen van hun vader. Vaak probeert hij via hen de wereld beter te begrijpen. Want hoe doe je dat, de aanslagen in Zaventem of de vluchtelingencrisis uitleggen aan je kinderen? “Ze zijn nu allebei veertien jaar, dus de puberteit dient zich aan. Ik zie hun onschuld ook een beetje verdwijnen, en dat vind ik ergens wel jammer. Zonder het te beseffen, sloegen ze vaak nagels met koppen.”

Chiclettekes aan het naftstation

“Hoe ouder je wordt, hoe meer trends of dingen die leuk zijn verdwijnen. En dan vraag je je af: Waarom is dat weg? Dat was toch leuk?”

Herinneringen aan reclames van Punica, message parties of de tijd dat je nog twee chiclettekes kreeg toen je ging tanken. “Ik ben nostalgisch van aard, ja”, bekent Van den Hoof. “Je weg zoeken in het leven is vaak erg moeilijk. Door nu alles eens op een rijtje te zetten, blijkt de hunkering naar een simpele en bevattelijke wereld wel een rode draad in mijn werk.”

“Ik ben daar niet alleen in, ik merk dat zelfs jonge mensen een soort hang hebben naar de jaren 90 en 80. Omdat die vanuit hedendaags oogpunt zo simpel lijken. Daarom doe ik ook deels wat ik doe, denk ik. Ik wil dat mensen eventjes hun zorgen kunnen vergeten.”

LEES OOK