Dehenauw over noodweer in ons land: “Gegevens waren zeer duidelijk, ik was ervan overtuigd dat er iets ergs zou gebeuren”

Zo zagen Verviers en Pepinster eruit na de doortocht van het noodweer

Bron: BELGA

Op maandag 12 juli “voorspelden verschillende modellen enorme hoeveelheden regen voor woensdag 14 juli, met tussen 100 en 150 mm lokaal ten zuiden van Samber en Maas”. Dat verklaarde David Dehenauw, het hoofd van het departement Voorspellingen van het KMI, vrijdag in de Waalse onderzoekscommissie naar de overstromingen. Hij pleitte voor een “centrum voor natuurrampen”.

“Wat normaal in twee maanden valt, zou in twee dagen vallen. Dat waren zeer duidelijke gegevens voor de specialisten. Ik was ervan overtuigd dat er iets ergs zou gebeuren”, vervolgde Dehenauw. 

LEES OOK. Hoe overstromingen in ons land nu voor tekorten zorgen in de supermarkt

Dinsdag waren de Belgische modellen preciezer dan het Europese model. Dat had het nog over 150 mm neerslag, terwijl het KMI pieken voorspelde van 190 mm in de Hoge Venen, met kans op onweer. Er werd code oranje afgekondigd en de telefoons stonden gloeiend, aldus het hoofd van de KMI-dienst Voorspellingen. “We kregen heel wat oproepen, onder meer van de Vlaamse waterdiensten. Vlaanderen heeft toen beslist een eerste waarschuwing te lanceren. Ik was overtuigd dat er iets ergs zou gebeuren. In heel mijn carrière heb ik nooit zoveel neerslag voorspeld. Ik ben dan uit mijn bevoegdheden gegaan en heb op antenne verklaard dat het niet het ogenblik was om te kamperen.” 

David Dehenauw 

David Dehenauw 

Woensdag werd het rood alarm afgekondigd - dat kan slechts 12 uur op voorhand gebeuren. “Woensdagmorgen bevestigden twee modellen meer dan 100 mm neerslag in Luik. Met wat reeds gevallen was, kwam men aan 200 à 250 mm. Uiteindelijk viel in Jalhay 270 mm regen”, aldus nog David Dehenauw. 

Oprichting van risicocentrum voor natuurrampen

Het is ook woensdag, wanneer de regen reeds met bakken naar beneden komt, dat de eerste telefonische contacten plaatsvonden met de Waalse hydrologische dienst. “We hebben goed samengewerkt, maar we hadden nauwer kunnen werken”, erkende hij. Daarom schoof hij de oprichting van een risicocentrum voor natuurrampen, waarin specialisten informatie kunnen verzamelen en rechtstreeks doorspelen aan provincies en gemeenten, naar voren.

Het KMI kon niet voor eventuele overstromingen waarschuwen: “Wij voorspellen het weer, maar niet de impact, omdat we er niet de bevoegdheid - die is voor de gewesten - of de kennis voor hebben. De impact evalueren is een ander beroep”, stelde Dehenauw. Hij erkende dat een nauwere samenwerking met de hydrologische dienst van de SPW, de Openbare Dienst van Wallonië, mogelijk zou zijn. Dat kan onder meer met een “Centrum voor natuurrampen”. 

 

 ©  Kris Van Exel

“Waarschuwingen waren duidelijk”

CdH-fractieleider François Desquesnes kijkt intussen uit naar de hoorzitting met de directeur van deze dienst, Philippe Dierick. “De kaarten en waarschuwingen die de Waalse administratie op 12 juli, 48 uur voor de overstromingen, uitstuurde, waren extreem duidelijk. Waarom is er geen rekening mee gehouden”, wil hij weten.

Normaal had ook een vertegenwoordiger van EFAS (European Flood Awareness System) moeten spreken over de 25 waarschuwingen die het Europees waarschuwingssysteem voor overstromingen tussen 10 en 14 juli uitstuurde. Maar de hoorzitting werd uitgesteld omdat de getuige nog toelating moest krijgen van de Europese Commissie. 

De EFAS-kaarten werden 30 tot 40 dagen nadien vrijgegeven en daaruit blijkt volgens de cdH-fractieleider dat er vanaf maandagmiddag 12 juli duidelijke overstromingswaarschuwingen waren. “Zijn die mails gelezen? Waren de kaarten bijgevoegd?”, vraagt François Desquesnes zich af. “Het Gewest zegt dat ze niet nauwkeurig waren, maar als je de kaarten bekijkt, stel je vast dat ze 48 uur voor de overstromingen extreem duidelijk waren. Waarom zijn er geen maatregelen genomen?”, wil hij weten. De vertraging bij de start heeft volgens hem tot een kettingreactie geleid.

LEES OOK

Nu in het nieuws