Tussen 25 en 100 jaar vereniging

Marc Peeters

Het stadsbestuur van Herentals heeft afgelopen week de jubilerende verenigingen ontvangen. Ik moest ook even nadenken wat jubilerende verenigingen zijn. Dat zijn namelijk sportieve, maatschappelijke of culturele genootschappen die er een werking van 25 jaar of een veelvoud van dit getal hebben opzitten. Van de ruim 200 verenigingen die mijn stad rijk is waren er vorig en dit jaar samen 13 in jubilerende staat.

Om niet te veel volk in de stedelijke feestzaal ’t Hof samen te brengen werden de jubilarissen gespreid over twee avonden uitgenodigd. Er waren er die beloofden met 50 leden langs te komen, andere stuurden uit beleefdheid één vertegenwoordiger of lieten weten dat ze niet op de receptie aanwezig konden zijn. De afwezigen misten onder meer porties gerookte zalm en scampi overgoten met een duivelssausje, rustend op een bedje van aardappelpuree.

Het officiële gedeelde bleef beperkt tot één korte toespraak, iets waar we als frequent aanwezige op huldigingen en ontvangsten niet rouwig om zijn. Maar minstens een vertegenwoordiger van één van de eeuwelingen zag dat anders. Honderd jaar een vereniging overeind houden, verdient toch beter dan een gezamenlijke receptie. Een ontvangst met laudatio op het stadhuis misschien, een attentie, de kans om een krabbel te zetten in het Gulden Boek. Dat soort dingen.

Gemopper dat de schepenzaal nog niet heeft bereikt. Daar ligt de nadruk voortaan op een traktatie van vrijwilligers uit het verenigingsleven zonder dat die weer eens zelf aan de slag moeten om het te organiseren. Alleen positieve echo’s zijn blijven hangen. Goed doen voor iedereen, het blijft moeilijk.

Nu in het nieuws