Jules Müller blikt aan de hand van foto’s van zijn vader terug op Bevrijding van Herentals: “Waarom lopen hier zoveel mensen met hun armen omhoog?”

Jules Müller met het fotoboek over de bevrijding van Herentals, van de hand van zijn vader, Jules Müller senior. 

Jules Müller met het fotoboek over de bevrijding van Herentals, van de hand van zijn vader, Jules Müller senior. ©   Bert De Deken

 

 ©  Bert De Deken

 

 ©  Bert De Deken

 

 ©  Bert De Deken

 

 ©  Bert De Deken

 

 ©  Bert De Deken

 

 ©  Bert De Deken

 

 ©  Bert De Deken

 

 ©  Bert De Deken

1 / 9

Jules Müller (93) was 16 toen Herentals op 23 september bevrijd werd. De foto‘s die zijn vader stiekem maakte van de aftocht van de Duitsers en van de eerste Britse verkenners die zich op de Grote Markt in Herentals waagden, horen thuis in het collectieve geheugen van de stad. Dag op dag 77 jaar nadat de foto’s werden genomen geeft Jules, die zich verdiepte in de Herentalse oorlogsgeschiedenis, er uitgebreid tekst en uitleg bij. Vandaag vindt ook een herdenking plaats van die spannende momenten, en de ellende die ermee gepaard ging.

Marc Helsen

De familie Müller woonde in een huis op de Grote Markt. Het was een dameshoedenwinkel, waar modistes werkten en die 100 jaar zou bestaan, tot de zaak een paar jaar geleden sloot. Vandaag is er restaurant Nr. 12 by Helsen gevestigd. “Mijn grootouders Frans Verstreyden en Trees Laenen hadden het huis gebouwd”, legt Jules Müller uit.

Het bleek een ideale uitkijkpost om in de laatste dagen van de bezetting de oorlogshandelingen van zowel de Duitsers als de Britse bevrijders te bespieden.

De aftocht van de Duitse troepen. 

De aftocht van de Duitse troepen. ©  Bert De Deken

“De Duitsers waren tijdens de aftocht vooral bezig met het redden van hun vel. Foto’s nemen van hun activiteiten mocht natuurlijk niet, maar mijn vader, ook Jules trouwens, deed het zeer voorzichtig”, vertelt Jules Müller. ”Ik moest dan op de eerste verdieping van ons huis in het open venster gaan staan en vader trok die foto’s dan onder mijn arm door.”

De Herentalsenaren beleefden in die bange septemberdagen van 1944 wat Jules Müller ‘de besloten tijd’ noemt. “Mannen mochten niet naar buiten, de vrouwen mochten het alleen om boodschappen te doen. In de stad werd er met elkaar gepraat via de achtertuintjes. Er heerste een gespannen sfeer. We dachten: het zal niet lang meer duren, want de Engelsen waren aangekomen op de linkeroever van het Albertkanaal. Maar daar viel de opmars stil, wat de Duitsers de gelegenheid gaf een nieuwe verdedigingslinie te organiseren. De Britten beschoten sinds hun aankomst de kerktoren van de Bovenkerk in Herentals, waar in een dakkapel, halverwege de toren, een Duitse waarnemingspost zat.”

Tumult in Geel

Tijdens die septemberdagen konden de Herentalsenaren ook horen hoe de Britten zich in Geel vanaf 8 september dagenlang een doorsteek over het kanaal probeerden te forceren. De Duitsers lieten dat niet zomaar gebeuren. “Het lawaai van die tankslag in Geel en de beschietingen in Ten Aard konden we tot in Herentals horen”, zegt Jules. ”Een broer van mijn moeder woonde aan het kanaal. Hun huis kreeg driemaal de Schotten over de vloer en evenveel keren de Duitsers die een tegenaanval deden. Het huis na de slag was een puinhoop, vol gaten. De schuiven van hun meubelen zaten vol munitie, mitrailleurkogels en granaten.”

Duits appel op de Grote Markt. 

Duits appel op de Grote Markt. ©  Bert De Deken

“De vrees bij de Herentalsenaren was groot dat iets dergelijks zich ook in hun stad zou afspelen. Maar Herentals ontsnapte toen de Duitsers zich uit Geel terugtrokken, omdat ze omsingeld dreigden te worden. Toen dat allemaal aan de gang was daar in Geel, zagen we ook de geallieerde luchtvloot overvliegen die de geallieerde parachutisten in Arnhem zou droppen.“

In de schuilkelder

Tijdens de beschietingen die het Britse geschut op de Herentalse kerktoren en de stadhuistoren richtte, dook het gezin Müller steevast in de schuilkelder onder hun winkel. ‘s Nachts sliepen ze daar tijdens de laatste maanden voorafgaand aan de bevrijding ook.

De schuilkelder werd onderstut met boomstammen. 

De schuilkelder werd onderstut met boomstammen. ©  Bert De Deken

“Tijdens de beschietingen zat onze schuilkelder vol met volk uit de buurt. Ze kwamen langs de tuinen. Vader had die schuilkelder fors onderstut met boomstammen. Mijn twee zussen en ik sliepen er met onze ouders. Ook René Wagemans, de latere stadssecretaris, kwam er regelmatig slapen, want hij was bang dat hij door de Duitsers zou worden opgepakt om in Duitsland te worden tewerkgesteld. Iedereen die tussen de 18 en de 45 jaar was en die geen dringend noodzakelijk werk had, liep dat risico. René bracht soms zijn gitaar mee. Hij heeft mij mijn eerste gitaarakkoorden geleerd.”

Obus door het raam

Tijdens een van de Britse beschietingen van Herentals, waarbij heel wat burgers omkwamen, vloog er bij het gezin Müller een obus naar binnen. In de hoedenwinkel. “Het was een 75 mm-artilleriegranaat”, herinnert Jules zich. ”Ze was op het trottoir voor ons huis neergekomen en dan afgeketst en dwars door het neergelaten rolluik naar binnen gevlogen. Ze ontplofte niet. Wij zaten tijdens dat bombardement in onze schuilkelder. Toen we gingen kijken, vonden we de obus in de winkel. De kop van de granaat lag een verdieping hoger. Moest die ontploft zijn, dan was de ramp niet te overzien geweest. Na de bevrijding zijn Britse Royal Engineers die granaat komen halen, ze is in het Albertkanaal gekieperd.”

De aftocht

Uiteindelijk trokken de restanten van de Duitse strijdkrachten tijdens de nacht van 22 op 23 september uit Herentals weg. “Het waren sukkelaars, je had er compassie mee”, aldus Jules Müller. ”Die nacht omwikkelden ze de wielen van hun karren met stro om bij het wegrijden geen lawaai te maken.”

Duitse vrachtwagens klaar om te vertrekken. 

Duitse vrachtwagens klaar om te vertrekken. ©  Bert De Deken

Op de Grote Markt bleven alleen nog de woonwagens van de foorkramers van de afgelaste kermis achter. “De Duitsers hadden wel de botsauto’s meegenomen. Ze hadden ze met kabels achter een tractor tot aan café De Kluis gesleept en hadden ze daar met kettingen aaneengeklonken als tankversperring. Ze hadden er ook mijnen tussen gestoken.”

Britse verkenners

Uiteindelijk waagden de eerste Britse verkenners van de 49ste West Riding Division zich in de stad. Ze waren bij het krieken van de dag met roeibootjes het Albertkanaal overgestoken. Twee officieren, luitenant Bowman en luitenant Salmon (die een dag later in Turnhout zou sneuvelen, red.), bereikten met twee andere soldaten het stadscentrum.

De hele bevolking kwam de Britse verkenners verwelkomen. 

De hele bevolking kwam de Britse verkenners verwelkomen. ©  Bert De Deken

“Toen was het alsof de hele bevolking op hen afkwam, met wuivende armen en luid geroep. Dit hadden ze op hun hele tocht door Frankrijk nog niet meegemaakt. Ze geraakten amper vooruit in de Kerkstraat. Op de hele weg door de stad werden hen bloemen toegeworpen. Plots werd luitenant Bowman vastgepakt door een blonde vrouw, die uitstekend Engels sprak. Zij kalmeerde de menigte.”

Britten op het Stadhuis van Herentals. 

Britten op het Stadhuis van Herentals. ©  Bert De Deken

In de daaropvolgende uren moesten de Müllers het bedenkelijk schouwspel van het arresteren van collaborateurs aanschouwen. “En ook het bespottelijke kaalknippen van vrouwelijke collaborateurs.”

Jules hoorde een Engelse soldaat aan zijn moeder vragen: ‘Waarom lopen hier zoveel mensen met hun armen omhoog?’ Dat waren natuurlijk ‘zwarten’ die door de Witte Brigade gearresteerd en weggeleid werden.”

Ingekwartierd

Toen de rust was weergekeerd, werden veel Britse officieren en soldaten ingekwartierd bij mensen die hun huis hadden aangeboden. “Sommige van die militairen kwamen gedurende de rest van de oorlog terug op bezoek in Herentals”, zegt Jules. “Zeker als ze in Nederland zaten. Ze waren dol op de verse groenten die ze hier kregen aangeboden. Ook bij ons werden Engelse officieren ingekwartierd. Ze brachten hun eigen bed en een petroleumstoof mee. Met enkele van die mannen werden we al snel goede maatjes. Tijdens een winters sneeuwbalgevecht met de Canadese luitenant Hodder speelde die bij valavond op de Grote Markt zijn trouwring kwijt. Er was toen geen verlichting en het duurde uren eer we die ring hadden teruggevonden.”

De eerste bevrijders van de Britse 49ste West-Riding Infanterie divisie op de Grote Markt. Van links naar rechts: een Engelse , mevrouw Van Olmen, onbekend, Christiane De Canniere, Clement Van Olmen, Luitenant Salmon, onbekend, Luitenant Bowman, Callaerts (tolk), mevrouw Müller, haar twee dochters en uiterst rechts Jules Müller. 

De eerste bevrijders van de Britse 49ste West-Riding Infanterie divisie op de Grote Markt. Van links naar rechts: een Engelse , mevrouw Van Olmen, onbekend, Christiane De Canniere, Clement Van Olmen, Luitenant Salmon, onbekend, Luitenant Bowman, Callaerts (tolk), mevrouw Müller, haar twee dochters en uiterst rechts Jules Müller. ©  Bert De Deken

Die officieren en soldaten vergaapten zich ook aan onze cuisinière, een stoof waarop je kon koken. Dat hadden ze nog nooit gezien. Wij stookten toen met flam, kolenstof waarop je water moest gieten. Vandaar de Herentals uitdrukking: Doe alsof ge thuis zijt, speekt op de grond en pist in den hullebak. Dat laatste mochten kleinmannen ook effectief doen.”

De vaderlandslievende vereniging ‘Brigade Piron 2.0 – Nete en Aa’ organiseert, vandaag, donderdag 23 september om 14u in het Besloten Hof aan de Nonnenstraat 12 een herdenking van de ‘Bevrijding van Herentals’. Kinderen van het vijfde leerjaar van de lagere school (W)onderwijs brengen hun vredesboodschap van ‘Nooit meer oorlog’ over aan het monument, en er zijn oude legervoertuigen te zien.

Nu in het nieuws