Nog geen uitspraak in zaak van euthanasie Tine Nys in 2010

In 2010 overleed Tine Nys (midden). Ze vroeg euthanasie vanwege uitzichtloos psychisch lijden.  

In 2010 overleed Tine Nys (midden). Ze vroeg euthanasie vanwege uitzichtloos psychisch lijden.  ©  vrt

In de zaak van de euthanasie van Tine Nys in 2010 is er dinsdag nog geen uitspraak of de uitvoerende arts moet veroordeeld worden tot een schadevergoeding, omdat de correctionele rechtbank van Dendermonde eerste twee vragen stelt aan het Grondwettelijk Hof omtrent de strafrechtelijke gevolgen van de onduidelijke euthanasiewet.

mtmBron: BELGA

In de zaak van de euthanasie van Tine Nys in 2010 is er dinsdag nog geen uitspraak of de uitvoerende arts moet veroordeeld worden tot een schadevergoeding, omdat de correctionele rechtbank van Dendermonde eerste twee vragen stelt aan het Grondwettelijk Hof omtrent de strafrechtelijke gevolgen van de onduidelijke euthanasiewet.

De 38-jarige Tine Nys kreeg op 27 april 2010 euthanasie op basis van psychisch lijden. De Gentse kamer van inbeschuldigingstelling besloot eind 2018 om de drie betrokken artsen te verwijzen naar het Gentse hof van assisen voor vergiftiging. Het was de eerste keer dat artsen zich daarvoor moesten verantwoorden sinds de inwerkingtreding van de euthanasiewet in 2002. Volgens het openbaar ministerie werden de voorwaarden van de euthanasiewet niet nageleefd. Joris Van Hove gaf Tine Nys de dodelijke inspuiting en moest zich verantwoorden als uitvoerende arts.

Het hof van assisen had in de nacht van 30 op 31 januari 2020 de drie artsen vrijgesproken. Het openbaar ministerie besliste om geen eis tot cassatie in te stellen, wat betekende dat de strafrechtelijke vrijspraak van de artsen niet meer ongedaan kon gemaakt worden. De burgerlijke partij trok wel naar het Hof van Cassatie, dat in september vorig jaar besliste dat er een nieuw proces moest komen voor Van Hove, omdat zijn vrijspraak onvoldoende gemotiveerd werd.

De correctionele rechtbank van Dendermonde moest daardoor uitmaken of de uitvoerende arts burgerrechtelijk verantwoordelijk kon worden gesteld en veroordeeld moest worden tot het betalen van een schadevergoeding. Dinsdag werd de uitspraak verwacht na een procedure van bijna een jaar, maar de correctionele rechtbank besliste om eerst twee vragen te stellen aan het Grondwettelijk Hof.

De rechtbank wil duidelijkheid over de gevolgen van de euthanasiewet. De eerste vraag is of artikel 3 van de euthanasiewet, die de voorwaarden geeft waaraan een arts die euthanasie toepast, moet voldoen om geen misdrijf te plegen, de grondwet schendt doordat elke schending van de euthanasiewet een inbreuk betekent op de strafwet (met name artikel 397 van het strafwetboek vergiftiging). De rechtbank wil daarbij weten of er een onderscheid kan gemaakt worden tussen een schending van een inhoudelijke voorwaarde (zoals het zich verzekeren van het aanhoudend fysiek of psychisch lijden van de patiënt) en de schending van een procedurele voorwaarde zoals de administratie.

De tweede vraag moet duidelijk maken of de euthanasiewet de grondwet schendt doordat de handeling van een arts die op uitdrukkelijk verzoek een stof toedient waardoor het leven wordt beëindigd, enkel ingegeven door het verzoek van die persoon om een einde te stellen aan zijn lijden maar daarbij niet alle procedures van de euthansiewet naleeft, wordt gelijkgesteld met de handeling van om het even welke persoon die een andere persoon doodt door een stof toe te dienen. Die onduidelijkheid van de euthanasiewet werd ook al tijdens het assisenproces opgeworpen, maar het is nu pas dat het Grondwettelijk Hof ingeschakeld wordt.

Door de vragen aan het Grondwettelijk Hof zal de zaak minstens enkele maanden tot meer dan een jaar uitgesteld worden.

LEES OOK

Nu in het nieuws