Goed rapport voor borstkankerbehandelingen in Belgische ziekenhuizen

 

 ©  Hollandse Hoogte / Ton Toemen

Voor de meeste kwaliteitsindicatoren in de behandeling van borstkanker scoren de Belgische ziekenhuizen zeer goed. Hier en daar zijn enkele indicatoren waar nog werk aan de winkel is. Dat blijkt uit een onderzoek door de Stichting Kankerregister en de Belgische oncologenvereniging BSMO, waarover Pink Ribbon donderdag bericht.

Bron: BELGA

Voor het onderzoek werden de gegevens verzameld van bijna 50.000 vrouwen uit heel België, die in de periode 2010-2014 een diagnose van borstkanker kregen. Het gaat dus niet om de meest recente gegevens, maar Nancy Van Damme van het Kankerregister wijst erop dat ze afhankelijk zijn van de data die binnenkomen. “En als we willen kijken naar de vijfjaarsoverlevering, dan spreekt het voor zich dat daar enige tijd over gaat”, legt Van Damme uit.

Algemeen bleek uit de cijfers dat de vrouwen gemiddeld 62 jaar waren. Een vijfde was jonger dan 50. Het merendeel, 90 procent, werd geopereerd, drie kwart werd bestraald, 80 procent kreeg hormonale therapie en 40 procent chemotherapie.

Chemotherapie

Voor het onderzoek werd onder meer gekeken naar hoeveel vrouwen met uitgezaaide borstkanker binnen de drie maanden startten met chemotherapie, hoeveel vrouwen in een vroeg stadium een bepaald soort scan kregen, en hoe lang vrouwen met hormoongevoelige borstkanker hormonale therapie kregen.

In de onderzochte periode kreeg bijvoorbeeld maar 5 procent van de vrouwen chemotherapie kort voor het overlijden. Als dat gebeurt, kan dat erop wijzen dat niet tijdig (h)erkend werd dat de ziekte terminaal was. De gemiddelde duur van hormoontherapie bij vrouwen met hormoongevoelige borstkanker was 4,5 jaar, of bijna volgens de richtlijn van 5 jaar die toen gold. Nu adviseert men vaak tot 10 haar hormoontherapie.

Voor enkele indicatoren waren de scores minder goed. Zo kreeg een kwart van de vrouwen met een vroeg stadium HER2 positieve kanker trastuzumab toegediend, wat in die situatie eigenlijk niet aangewezen is. 

Regionale verschillen

Verder viel het de onderzoekers op dat er regionale verschillen zijn. “Daarin is niet echt een lijn te trekken die doet besluiten dat de ene regio het beter doet”, zegt Van Damme. Ook maakt het niet uit of het om een erkende borstkliniek ging, of om een ziekenhuis met veel of weinig patiënten.

In samenwerking met het Federaal Kenniscentrum (KCE) werkt het Kankerregister intussen aan een update van deze analyse, op basis van recentere gegevens. “Die analyse zal ten vroegste volgende zomer klaar zijn, maar het huidige onderzoek geeft al aan dat het rapport voor de Belgische ziekenhuizen grotendeels positief is”, zegt Van Damme.

Nu in het nieuws