Leerkrachten krijgen geen voorrang bij boosterprik

 

Er worden geen nieuwe prioritaire doelgroepen vastgelegd voor de boosterprik in de vaccinatiecampagne. Dat hebben de verschillende ministers van Volksgezondheid en Welzijn zaterdag beslist op een interministeriële conferentie. De uitnodigingen voor het zetten van een boosterprik zullen verstuurd worden op basis van leeftijd, het eerder toegediende vaccin en de datum van de tweede prik (de eerste prik in geval van Johnson & Johnson).

LEES OOK. Meer duidelijkheid over boosterprik: bekijk hier wanneer jij aan de beurt bent

Belangrijk daarbij is dat er een minimuminterval gerespecteerd wordt tussen de vorige prik en de boosterprik. Dat interval verschilt van vaccin tot vaccin. Voor Johnson & Johnson gaat het om 2 maanden, voor AstraZeneca om 4 maanden en voor Moderna en Pfizer om 6 maanden.

Onderwijspersoneel of het personeel van kinderdagverblijven krijgt dus niet per definitie voorrang zoals gisteren nog werd geopperd. Met de bedrijfsgeneeskundige diensten in onder meer het onderwijs, de kinderopvang en grote bedrijven wordt wel bekeken of er daar bijkomende capaciteit gecreëerd kan worden om de boosterprik toe te dienen. Om de capaciteit nog verder op te krikken worden er ook wetswijzigingen voorbereid die het mogelijk maken dat apothekers vaccins toedienen. Ook de eerstelijnszorg (huisartsen en verpleegkundigen) zal in de mate van het mogelijke mee ingeschakeld worden in de boostercampagne.

Maar in eerste instantie worden de boosterprikken voor de brede bevolking dus nog altijd gezet in de vaccinatiecentra. Volgende week wordt ook het Q-Vax-systeem, waar iedereen zich op de reservelijst kan plaatsen, weer geactiveerd. Daarbij moet wel steeds het minimuminterval van 2, 4 of 6 maanden gerespecteerd worden. (syd)

Lees ook

Nu in het nieuws