Mohamed Abrini ontwijkt vragen op proces over terreuraanslagen van 2015 in Parijs: “Dat is te kort door de bocht”

 

 ©  AFP

Op de tweede dag van zijn ondervraging op het proces over de terreuraanslagen van 13 november 2015 in Parijs heeft Mohamed Abrini ontwijkend geantwoord op de meeste vragen over nog niet uitgeklaarde zaken in het onderzoek. Dikwijls bleef hij vaag, soms reageerde hij geërgerd.

mtmBron: BELGA

Zo bleef de beschuldigde erg vaag als het over zijn verblijf in juni 2015 in Syrië ging of over zijn trip naar Engeland en vervolgens Parijs in juli.

Van 23 juni tot 9 juli 2015, kort nadat hij was vrijgekomen uit de gevangenis, reisde Mohamed Abrini via Turkije naar Syrië. Waarom? Wat deed hij ter plaatse? Wie heeft u daar ontmoet? Het speciale hof van assisen in Parijs vroeg het allemaal.

De “man met het hoedje” van de terreuraanslagen van maart 2016 in Zaventem en Brussel zei dat hij in Syrië enkel het graf wou bezoeken van zijn “kleine broer” Souleymane, die in september 2014 in Syrië gedood werd. Daar was de broer naartoe gegaan om aan de zijde van Abdelhamid Abaaoud te strijden, de toekomstige operationele leider van de commando’s van 13 november.

In Raqqa, de “hoofdstad” van IS (Islamitische Staat), verbleef de 37-jarige Belg naar eigen zeggen in een appartement dat hij met Najim Laachraoui deelde, die als de springstofspecialist van IS beschouwd werd. Hij zei dat hij bijna geen contact had met zijn medehuurder, die bij de terreuraanslagen van Brussel gedood werd.

Negen dagen

Op de vraag of hij er een religieuze of militaire opleiding kreeg, antwoordde Abrini: “Nee, ik ben maar negen dagen gebleven, geen jaar”.

De beschuldigde gaf toe dat hij in Raqqa Abdelhamid Abaaoud ontmoette, “een jeugdvriend”. “Hij stelde me voor om me bij IS aan te sluiten, maar ik heb geweigerd.” Ondanks die weigering vroeg Abdelhamid Abaaoud hem een bedrag van 3.000 pond in Engeland op te halen.

Mohamed Abrini reisde op 9 juli naar Birmingham, waar hij het geld ophaalde. Hij ging ook naar Manchester, waar hij foto’s van het Old Trafford-stadion nam. “Een verkenning voor een geplande aanslag?”, vroeg het assisenhof. “Dat is te kort door de bocht. In zo’n dossiers wordt altijd het ergste verondersteld”, zo liet hij geërgerd horen.

Waarom ging hij daarna niet naar Brussel, waar hij woonde, en maakte hij een omweg langs Parijs? Hij moest toen een werkstraf uitvoeren “en wou vermijden dat ik op de luchthaven van Brussel zou worden opgepakt.”

Op de vraag waar het geld uit Birmingham voor bestemd was, kreeg het hof geen antwoord. Na zijn arrestatie in april 2016 in België gaf Abrini daarover verscheidene versies. Woensdag beweerde hij dat hij het geld voor zich had gehouden. “Als u wil weten of het geld voor de aanslagen heeft gediend, is het antwoord nee”, voegde hij eraan toe.

Aangeboden door onze partners

Lees ook

Hoofdpunten