Hoofdarts UZ Leuven: “Ergste achter de rug”

 

 ©  UZ Leuven - Wim Feyaerts

“Ik denk dat we kunnen zeggen dat het ergste achter de rug is.” Dat vertelt Gert Van Assche, hoofdarts aan UZ Leuven, maandag bij de regionale televisiezender ROB-tv. Sinds de omikronvariant dominant is, merkt Van Assche een trendbreuk in het aantal opnames op intensieve zorg.

Bron: BELGA

De besmettingen blijven ook in Oost-Brabant stijgen, maar het aantal opgenomen patiënten met het coronavirus blijft stabiel, ook op intensieve zorg. De meeste patiënten liggen bovendien eigenlijk met een ander probleem of een andere ziekte in het ziekenhuis. Bij hun opname wordt dan vastgesteld dat ze ook met het coronavirus besmet zijn.

“Het gaat bijvoorbeeld over mensen die door een verkeersongeval of voor een appendixoperatie naar het ziekenhuis komen”, vertelt Van Assche. “Die moeten we dan isoleren. Dat brengt extra werk met zich mee, maar zij hebben geen zuurstofbehandeling meer nodig. Ze zijn niet meer zo ziek door COVID-19, zoals we het zagen in vorige golven.”

Sinds midden vorige week merkt UZ Leuven een “ontkoppeling” tussen de infecties en het aantal opnames op intensieve zorg. Het is de eerste keer in de pandemie dat het ziekenhuis die vaststelling kan maken. “Als dat zich deze week voortzet, denken we dat we van een trendbreuk kunnen spreken.”

UZ Leuven telt maandag 107 patiënten met COVID-19. Van hen krijgen 28 mensen intensieve zorg toegediend. 

Aangeboden door onze partners

Lees ook

Hoofdpunten