Roger De Vlaeminck (74) kocht daags voor een grote koers altijd een volle doos met pateekes

Roger De Vlaeminck, Mister Paris-Roubaix, vier keer winnaar. 

Roger De Vlaeminck, Mister Paris-Roubaix, vier keer winnaar. © Archief Het Nieuwsblad 

Met #iedereenFlandrien nodigt Het Nieuwsblad alle wielerrecreanten uit om Flandrien te worden, dankzij lessen en trainingschema’s. In het wielrennen hebben een aantal renners die titel dubbel en dik verdiend, dankzij hun prestaties, inspanningen, toewijding.

Paul De Keyser

Deze week : Roger De Vlaeminck

Waarom hij een Flandrien is. Wie uit is op ongezouten commentaar of een tegendraadse mening, weet waar hij moet zijn: in het Meetjesland, bij Roger De Vlaeminck. Het is nooit anders geweest en maakte hem destijds tot de anti-Merckx in de ogen van het Belgische supportersheir. Roger, twee jaar jonger dan Merckx maar vier jaar later prof, kreeg eind 1968 een aanbod om te debuteren als stalgenoot van de ontluikende Kannibaal. Hij bedankte in niet mis te begrijpen bewoording: “Ik ga tégen u rijden! Ik wil zélf winnen!”

Het begin van een stevige rivaliteit die pas met de jaren milderde naar diep wederzijds respect. Uiteindelijk zou Roger zijn zoon zelfs noemen naar de grote concurrent van weleer, de vriend van nu: Eddy De Vlaeminck.

Hoe trainde Roger? De Vlaeminck cultiveerde een imago van speelvogel, van coureur die louter teerde op talent. Weliswaar miste hij dat fanatieke, die eeuwige prestatiedrang van een Merckx, maar áls hij zijn zinnen had bij de koers, was geen inspanning hem te veel. ‘s Winters bijvoorbeeld trok hij met kinesist-coach Georges Debbaut naar het bos om bij het ochtendgloren te voet sprintjes te trekken bergop, vaak met zijn mentor op de rug. Daarna een sessie turnen, gevolgd door een intervaltraining van 120 kilometer op de weg, eventueel afgerond met een dik uur achter de derny, waarbij Roger tegen 60 kilometer per uur uit het wiel probeerde te komen om zijn explosiviteit aan te scherpen.

Hoe bereidde Roger zijn wedstrijden voor? Door méér te trainen dan de concurrentie. Desnoods door ze bij de neus te nemen. Dan sprak hij af met een aantal collega’s uit de streek, maar vertelde er niet bij dat hij vooraf al een paar uur op zijn eentje had afgewerkt. “Genoeg voor vandaag, zeker?”, riep hij dan goed bijtijds, in de wetenschap dat hij er een pak kilometers extra had doorgejaagd. Kilometers én taart. Daags voor een grote koers passeerde Roger steevast bij bakker Van Massenhoven in Eeklo om er een enorme taart of een doos vol pateekes te kopen, rijkelijk gegarneerd met slagroom. Kwestie van voldoende suikers op te slaan. Al liep dat soms faliekant af en moest hij zelfs een Waalse Pijl in extremis schrappen omdat hij té veel zoetigheid binnen had.

Wat is de meest heroïsche prestatie van Roger? Parijs-Roubaix? Toch niet. Roger oordeelt dat hij gemaakt was voor de Hellerit en dat het niet meer dan normaal is dat hij er zo vaak won, en er zonder pech en Moser nog veel meer had kunnen winnen. Milaan-San Remo 1973 dan maar, om de Ferrari-fans te plezieren. De Vlaeminck debuteerde dat seizoen voor het Italiaanse Brooklyn en werd daags voor de classicissima ontvangen bij grote baas Perfetti. De Meetjeslander verkeek er zich op de glimmende blauwe Ferrari 246GTS van de patron. “Als je morgen wint, mag je hem hebben.” Roger gooide zich met de stuurmanskunst van de crosser in de afdaling van de Poggio en won zijn eerste Primavera met twintig meter voorsprong. Een week later reed hij huiswaarts met een indrukwekkende Ferrari ...

Had de Flandrien ook een bijnaam? Ja, le Gitan, de Zigeuner. Uiteraard ook Monsieur Paris-Roubaix.

PALMARES: Milaan-Sanremo 1973, ’78 en ’79; Ronde van Vlaanderen 1977; Parijs-Roubaix 1972, ’74, ’75 en ’77; Luik-Bastenaken-Luik 1970; Ronde van Lombardije 1974 en ’76; Omloop Het Nieuwsblad 1969 en ’79; Waalse Pijl 1971, E3 Harelbeke 1971; 22 ritten Giro (puntenklassement in 1972, ‘74 en ‘75), 1 rit Tour, 1 rit Vuelta

Met dank aan ‘KOERS. Museum van de Wielersport (Roeselare)’

www.koers.be

Aangeboden door onze partners

Lees ook