Europees mensenrechtenhof tikt België op de vingers voor “vage procedures” bij erkenning van erediensten

Themabeeld 

Themabeeld © Pepijn Van den Broeke

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens noemt de federale Belgische procedure om erediensten te erkennen “vaag” en “mogelijk willekeurig”. Dat staat in een arrest van dinsdag. België moet 5.000 euro betalen aan negen congregaties van Jehova’s getuigen in Brussel.

jvhBron: BELGA

De Jehovagetuigen trokken naar het Europees Hof van de Mensenrechten omdat de vrijstelling van roerende voorheffing waar ze van genoten in 2018 werd geschrapt. Dat volgde op een ordonnantie uit 2017, waarin het Brussels Gewest bepaalde dat de vrijstelling voortaan enkel  nog van toepassing kon zijn op erkende geloofsgemeenschappen, waar de getuigen van Jehova niet toe behoorden. De congregaties trokken een jaar later naar het Grondwettelijk Hof, maar dat verwierp de klacht omdat de financiële gevolgen niet van die aard waren dat ze de activiteiten van de geloofsgemeenschappen ondermijnden.

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelt daar echter anders over en spreekt van een “aanzienlijke impact” op de werking van de congregaties. Bovendien zijn de criteria voor de erkenning van geloofsgemeenschappen niet duidelijk, klinkt het in een arrest. 

Dat geldt ook voor de procedure. “De erkenning van een eredienst is gebaseerd op criteria die alleen door de minister van Justitie zijn verduidelijkt nadat er parlementaire vragen waren gesteld. Bovendien zijn ze bijzonder vaag geformuleerd, waardoor het Hof niet kan aannemen dat ze voldoende rechtszekerheid bieden.” Het EHRM heeft het ook over een risico op willekeur, omdat de minister van Justitie alleen over de erkenning van erediensten beslist.

Aangeboden door onze partners

Lees ook

Hoofdpunten