DE OERFLANDRIEN. Tom Boonen (41), zag zijn kopman in de gracht slieren en stond zélf op het podium van Parijs-Roubaix

Tom Boonen op zijn favoriete Taaienberg in de E3 Prijs Harelbeke in 2009. 

Tom Boonen op zijn favoriete Taaienberg in de E3 Prijs Harelbeke in 2009. ©  BELGA

Met #iedereenFlandrien nodigt Het Nieuwsblad alle wielerrecreanten uit om Flandrien te worden, dankzij lessen en trainingsschema’s. In het wielrennen heeft een aantal renners die titel dubbel en dik verdiend, dankzij hun prestaties, inspanningen, toewijding. Deze week: Tom Boonen.

Paul De Keyser

Waarom hij een Flandrien is. In 2002, zijn debuutseizoen bij de profs, had Tom nog geen koers gewonnen toen hij voor US Postal aan de start kwam in Parijs-Roubaix. Als helper van George Hincapie, al twee keer top vijf in de Helletocht. De Amerikaan zette Boonen aan het werk achter de rug van Museeuw, aan de haal gegaan op veertig kilometer van de finish. Op de modderige stenen mispakte Hincapie zich echter in een bocht en glibberde de gracht in. Boonen keek niet eens opzij naar zijn kopman, ging vol door en sprintte uiteindelijk naar de derde podiumstek. “Ziedaar mijn opvolger”, wees winnaar Museeuw. Tom glimlachte eens. “Ik ben Boonen, niet Museeuw.”

Hoe trainde Tom? Om zijn longcapaciteit op te voeren had hij zijn “achtminutensysteem”. Dat begon rustig, pedaleren met 100 watt. Na acht minuten werd dat 140 watt, nog altijd gemakkelijk voor een renner van zijn kaliber. Iedere acht minuten deed hij er 40 watt bovenop. Zat hij in topconditie, dan mondde dat na anderhalf uur uit in acht minuten met 460 watt. Een en ander dreef zijn longcapaciteit op tot zowat zeven liter, wat hem toeliet om zelfs na een zware inspanning nóg eens te versnellen.

Op het einde van een oefensessie deed hij daar vaak een specifieke sprinttraining bij. Dan profiteerde hij van een lichte afdaling om zich op topsnelheid te hijsen en die inspanning daarna driehonderd meter door te trekken. Een kleine honderd meter méér dan een gemiddelde sprint aan het einde van een koers.

Hoe bereidde Tom zijn wedstrijden voor? Door met zichzelf en zijn ploeg bezig te zijn en lak te hebben aan al de rest. “Ik heb een héél sterk koppeke”, zoals hij dat stelde. Ook wanneer de buitenwereld twijfelde en zich afvroeg of de Kempenaar wel op dreef was. Hij liet het allemaal stoïcijns over zich heen waaien. “Ik kijk alleen naar heden en toekomst. Het verleden interesseert me niet.” De pronostieken al evenmin. Neem nu zijn WK van 2005 in Madrid, waar hij in de schaduw acteerde van topfavoriet Alessandro Petacchi en diens azzurri. “Wie zijn koers afstemt op een ander, is meestal de verliezer. Blijf kalm, geloof in jezelf, vertrouw op je team.” Wie pakte in Madrid de regenboogtrui, geruggensteund door een geweldige Belgische ploeg? Jawel!

Wat is de meest heroïsche prestatie van Tom? Uiteraard gold Boonen (24) als een van de favorieten voor de Ronde van Vlaanderen van 2005. Tenslotte had hij al de E3 Harelbeke op zijn palmares, Gent-Wevelgem ook. Maar nog geen onbetwist monument. In het verlengde van de Bosberg, de ultieme scherprechter, riposteerde Tom op een demarrage van Peter Van Petegem. Hij hield vol, en won solo met een goeie halve minuut voorsprong. Vlaanderen gooide zich prompt in een collectief delirium. 3 april 2005: de start van de Boonen-mania. Tommeke, Tommeke, wat doe je nu!

Een week later won hij ook Parijs-Roubaix en uiteindelijk dus ook het wereldkampioenschap. Een trilogie die niemand hem had voorgedaan. Tom werd op het einde van het jaar overladen met prijzen en trofeeën: de Nieuwsblad Flandrien, Vélo d’Or, Sportman én Sportpersoonlijkheid van het Jaar, Kristallen Fiets, Sprint d’Or, Renner van het Jaar in Italië, Zwitserland en de USA.

Had de Flandrien ook een bijnaam? Ja, Tornado Tom.

PALMARES: Ronde van Vlaanderen 2005, ’06 en ’12; Parijs-Roubaix 2005, ’08, ’09, en ’12; E3 Harelbeke 2004, ’05, ’05, ’07 en ’12; Gent-Wevelgem 2004, ’11 en ’12; Scheldeprijs 2004 en ’06; Parijs-Brussel 2012 en ‘16;WK 2005; puntenklassement Tour 2007 (totaal 6 ritten, 4 dagen geel); 2 ritten Vuelta

Met dank aan Koers, Museum van de Wielersport (Roeselare).

www.koers.be

Aangeboden door onze partners

Lees ook