Zakaria Jaffal blijft vaag over contacten met belangrijke verdachten van aanslagen in Parijs: “Ik was daar niet mee bezig”

Zakaria Jaffal 

Zakaria Jaffal ©  BELGA

Op het proces over het Belgische luik van het onderzoek naar de aanslagen van 13 november 2015 in Parijs heeft de rechtbank dinsdagnamiddag een eerste verdachte ondervraagd, Zakaria Jaffal. De 35-jarige man had in de weken voor de aanslagen in Parijs contacten met Salah Abdeslam, Mohamed Abrini en Ahmed Dahmani, die in Parijs terechtstaan voor hun aandeel in de aanslagen, maar bleef vaag over die contacten. Naar eigen zeggen vermoedde hij niet dat ze iets aan het voorbereiden waren.

jvhBron: BELGA

Zakaria Jaffal kwam af en toe in het café dat werd opengehouden door Brahim Abdeslam, de broer van Salah Abdeslam en één van de kamikazes bij de aanslagen in Parijs, maar kwam regelmatiger in de snackbar van Mohamed Abrini. Dat was immers vlakbij zijn woning. Jaffal kende ook Abrini’s jongere broer Ibrahim, Abid Aberkan en Youssef Bazarouj, andere verdachten in het dossier. Maar bij geen van hen had hij naar eigen zeggen opgemerkt dat ze geradicaliseerd waren. Hij kende zelf ook niemand die naar Syrië was vertrokken.

“Ik was daar niet mee bezig, ik had een gezin met twee kinderen, en was een huis aan het renoveren in Anderlecht”, zei Jaffal. “Ik kwam in die periode, vanaf mei 2014, veel minder vaak in Sint-Jans-Molenbeek.” In oktober en november 2015 ontmoette Jaffal nog vaak Ahmed Dahmani, Mohamed Abrini en Salah Abdeslam, maar ook toen merkte hij naar eigen zeggen niets op. “Ze gedroegen zich af en te wel apart, maar ik zocht er niets achter”, klonk het. “Ik dacht dat ze misschien samen een zaak gingen beginnen of zo.”

Op 12 november 2015 vergezelde Jaffal Ahmed Dahmani toen die een biljet ging kopen om de volgende dag vanuit Schiphol naar Turkije te reizen. “Dahmani reisde wel vaker”, verklaarde Jaffal daarover. “Ik heb me er dan ook geen vragen bij gesteld.”

Jaffal vernielde op 13 november 2015, de avond van de aanslagen in Parijs, zijn gsm maar dat had volgens hem niets met die aanslagen te maken. “Dahmani had me een zestal weken voordien voorgesteld mee te werken aan de diefstal van een lading sigaretten”, aldus Jaffal. “Net die avond vertelde hij me dat het niet doorging. Ik heb me toen opgewonden en mijn gsm vernield. Ik had in die periode heel wat aan mijn hoofd, ook door problemen in mijn gezin.”

Nog op 12 november 2015 ontmoette Zakaria Jaffal Salah Abdeslam en Mohamed Abrini toen hij een tas koffie ging drinken en in een nachtwinkel sigaretten ging kopen, maar ook toen merkte hij niets speciaals aan hun gedrag.

Verhoor Ibrahim Abrini brengt weinig opheldering

Ook Ibrahim Abrini, de broer van Mohamed Abrini, werd dinsdag verhoord. Die laatste is beter bekend als de ‘man met het hoedje’, en was betrokken bij de aanslag op de luchthaven Brussels Airport, op 22 maart 2016, maar speelde ook een rol bij de voorbereiding van de aanslagen in Parijs. Net zoals Jaffal bracht Ibrahim Abrini weinig opheldering over zijn eigen rol.

De 26-jarige man antwoordde ontwijkend op heel wat vragen van de rechtbank, en zijn geheugen leek hem op heel wat punten in de steek te laten. Zo werd de man aan de tand gevoeld over het vertrek van zijn broer Suleyman naar Syrië. “We hadden na zijn vertrek nog contact via Skype”, zei Ibrahim Abrini. “Hij vertelde over wat hij daar beleefde en deed, en dat het onze plicht was om aan de jihad deel te nemen. Hij toonde zich heel boos over de Syrische president Assad en de Westerse coalitie. We hebben hem ook geld gestuurd.”

Suleyman sneuvelde in Syrië en in juni 2015 vertrok ook Mohamed Abrini, weliswaar voor een drietal weken, naar Syrië. Naar eigen zeggen wist Ibrahim op voorhand niet van zijn vertrek: “Ik wist ook niet of hij zich bij Islamitische Staat wilde aansluiten. Hij toonde wel interesse in het onderwerp. Ik ook, maar dat is normaal, onze broer was daar omgekomen.”

De rechtbank haalde verschillende getuigenissen aan, waarbij die van Ibrahims eigen zus, die tijdens het onderzoek verklaarden dat Ibrahim wel degelijk op de hoogte was van Mohameds vertrek. De nacht dat Mohamed Abrini naar Syrië vertrok, begon Ibrahim ook plots diens gsm te gebruiken. “Ik weet niet meer waarom ik dat gedaan heb, vermoedelijk was die van mij stukgegaan”, klonk het.

Op 13 november 2015 ging Ibrahim Abrini een tas met kleren van zijn broer en de familiale laptop verstoppen bij een kennis. “Mohamed had me dat gevraagd en ik heb dat gedaan zonder er vragen over te stellen”, zei Ibrahim Abrini. “Het kan wel dat ik gegevens op die computer verwijderd heb, video’s over IS en zo. Het leek me het beter om dat soort dingen niet in huis te hebben.”

De rechtbank confronteerde Ibrahim Abrini ook met het feit dat hij door heel wat mensen uit Sint-Jans-Molenbeek als geradicaliseerd beschouwd werd. Zo vreesde één man dat zijn broer naar Syrië zou vertrekken omdat die omging met Ibrahim Abrini. “Ik wist daar niets van”, verklaarde de jongeman zelf. “Ik was helemaal niet geradicaliseerd. Ik had wel contact met mensen in Syrië, maar dan enkel om op de hoogte te blijven van de situatie daar.”

Smail Farisi beroept zich op zwijgrecht

De verdediging van Smail Farisi kondigde eerder op de dag aan dat de man zich zal beroepen op zijn zwijgrecht. Eerder had de verdediging aan de rechtbank gevraagd om zich onbevoegd te verklaren, maar daar ging de rechtbank niet op in.

Farisi staat terecht omdat hij zijn flat had uitgeleend aan de broers El Bakraoui, spilfiguren van de aanslagen in Parijs en Brussel. Om die reden zal hij ook moeten terechtstaan op het assisenproces over de aanslagen in Brussel. Volgens zijn advocaten maken die feiten één enkel misdrijf uit, dat dan ook door één enkele rechtbank, meer bepaald het assisenhof.

Als Farisi toch zou vervolgd worden voor de correctionele rechtbank, dreigt hij geen eerlijk proces meer te kunnen krijgen voor het assisenhof, argumenteerde de verdediging ook. “Minstens moet dit proces uitgesteld worden, zodat we Ali El Haddad Asufi kunnen verhoren”, klonk het nog. “Zijn verklaring is cruciaal voor onze cliënt maar hij staat momenteel in Parijs terecht.”

De rechtbank besloot haar oordeel daarover bij de grond van de zaak te voeren en er dus nog geen uitspraak over te doen. Daarop kondigde de verdediging van Smail Farisi aan dat hij zich op zijn zwijgrecht zou beroepen.

Het proces gaat vrijdag verder met het verhoor van de andere verdachten.

Aangeboden door onze partners

Lees ook

Hoofdpunten