Openbaar ministerie in proces over aanslagen in Parijs: “Cruciaal in dit dossier is de banalisering van het kwaad”

 

 ©  BELGA

Op het proces over het Belgische luik van het onderzoek naar de aanslagen van 13 november 2015 in Parijs, is het federaal parket vrijdag begonnen aan zijn vordering. De federaal magistrate schetste allereerst een algemeen beeld van het onderzoek naar die aanslagen, en de rol van verschillende protagonisten. “Cruciaal in dit dossier is de banalisering van het kwaad, van de gruwel”, klonk het.

jvhBron: BELGA

“Heel veel mensen in Sint-Jans-Molenbeek en andere Brusselse gemeenten vonden het doodnormaal dat de gruwelijke propagandavideo’s van IS in het openbaar bekeken werden, dat daar lovend over werd gesproken”, zei de magistrate. “Video’s waarin mensen onthoofd werden, waarin mensen levend verbrand werden, waarin lijken over straat werden gesleept, waarin werd opgeroepen tot de jihad en geweld.”

Dat was ook het geval in het café dat uitgebaat werd door Brahim Abdeslam en waar niet alleen diens broer Salah, maar ook heel wat andere protagonisten kwamen die een cruciale rol zouden spelen in de voorbereiding en de nasleep van de aanslagen, zoals Mohamed Abrini, Ahmed Dahmani, Ayoub Bazarouj, Abid Aberkane, Hamza Attou en Ali Oulkadi.

Van minstens een aantal van die mensen was al voor de aanslagen geweten dat ze geradicaliseerd waren en dat ze naar Syrië waren gegaan. “Heel wat mensen hebben dus gemerkt dat zij hun steun betuigden aan Islamitische Staat en hebben hen daar niet op aangesproken, of hebben de autoriteiten niet verwittigd van hun reizen, van hun andere plannen”, ging de federaal magistrate verder. “Ze hebben dus niet alleen materiële daden gesteld waardoor ze hulp hebben verleend, ze hebben er ook voor gezorgd dat de latere daders van de aanslagen zich moreel gesteund en beschermd voelden, waardoor die verder konden werken aan hun gruwelijke plannen.”

Dat is voldoende om hen te vervolgen, bracht het openbaar ministerie in herinnering: “Zelfs wie hulp verleent aan een terreurgroep, zonder daarom zelf een terroristisch misdrijf te plegen, maakt zich schuldig aan deelname aan de activiteiten van een terreurgroep. Zelfs als die hulp enkel gegeven wordt uit vriendschap of omwille van van familiebanden, zelfs als de persoon die de hulp verleent er zelf geen radicale ideeën op nahoudt. Zelfs de meest minieme vorm van hulp, de kleinste daad, hoe occasioneel ook, kan voldoende zijn, zelfs als die hulp niet heeft bijgedragen tot het plegen van een aanslag of een ander terroristisch misdrijf.”

Twee en vijf jaar cel geëist tegen eerste verdachten

Het federaal parket eiste gevangenisstraffen van twee en vijf jaar gevorderd tegen de eerste twee verdachten, Sammy Djedou en Youssef Bazarouj. Het gaat weliswaar om bijkomende straffen, want beide mannen werden eerder al veroordeeld, respectievelijk tot dertien jaar cel en tot vijf jaar cel, omdat ze naar Syrië waren gereisd en zich daar hadden aangesloten bij terreurgroep Islamitische Staat. Beiden zouden ook zijn omgekomen in Syrië, maar hun overlijden werd nooit officieel vastgesteld.

Sammy Djedou vertrok in 2013 naar Syrië en zou daar onder de naam ‘Abou Moussab’ bij IS, een hoge functie vervuld hebben. Volgens het federaal parket stond hij daar in nauw contact met Oussama Atar, die beschouwd wordt als een spilfiguur achter de aanslagen in Parijs en Brussel, en met Abdelhamid Abaaoud. Zo zou hij onder Atar gewerkt hebben in de Copex, het agentschap binnen IS dat verantwoordelijk was voor de buitenlandse operaties.

Zijn moeder stuurde 63.000 euro naar Syrië om ervoor te zorgen dat hij daar geen gewone strijder zou zijn maar een hoge post kon bekleden. Djedou kwam naar alle waarschijnlijkheid in december 2016 om het leven kwam bij een droneaanval op Raqqa, maar zijn overlijden werd nooit officieel vastgesteld. In jui 2021 werd Djedou al tot 13 jaar cel veroordeeld als leider van een terreurgroep, het federaal parket eist nu een bijkomende gevangenisstraf van twee jaar.

Bazarouj

Youssef Bazarouj vertrok in juli 2014 naar Syrië, en bleef vanuit dat land in nauw contact met zijn familie. Twee broers en een zus vervoegden hem later ook bij IS. Volgens het federaal parket gebruikte hij het Facebookaccount dat zijn broer Ayoub vanuit België voor hem maakte, gretig om IS-propaganda te sturen naar zijn vrienden en kennissen in Sint-Jans-Molenbeek, bij wie de broers Abdeslam en Abrini en Ahmad Dahmani, en hen aan te sporen zich ook hij IS aan te sluiten.

“In Syrië vertoefde hij in de kringen van de latere daders van de aanslagen en zorgde hij ervoor dat Ahmed Dahmani en Mohamed Abrini probleemloos vanuit Turkije tot in Syrië konden geraken”, aldus het federaal parket. “Na de aanslagen zorgde hij er ook voor dat Hasna Ait Abdoulahcen in Parijs in contact kon komen met haar neef Abdelhamid Abaaoud.” Bazarouj kreeg al een gevangenisstraf van vijf jaar voor zijn deelname aan IS, maar het parket eist nu een bijkomende straf van vijf jaar.

Aangeboden door onze partners

Lees ook

Hoofdpunten