Rangers aan het werk in Planckendael: “Een deel van de job is mensen opvoeden”

© Joren De Weerdt

Muizen -

In Zoo Planckendael in Muizezn (Mechelen) zijn er enkele doorloopperken waar bezoekers vrij tussen de kleine aapjes lopen. Heel intrigerend voor groot en klein, maar het vraagt toch enig toezicht. Om alles in goede banen te leiden, wordt er een beroep gedaan op een ranger. “Wij wijzen mensen op wat mag en wat niet mag, maar tonen hen ook waar ze de diertjes kunnen vinden”, zeggen de rangers eensgezind.

Bieke Lathouwers

Nog voor openingstijd treffen we Kris Lamon aan de ingang. Als notoir olifantenfan is ze al jaren een graag geziene bezoeker in Planckendael. Half april ging ze met pensioen bij Familiehulp, niet veel later was ze al aan de slag als ranger in Planckendael. “Ik had een heel plezante, maar soms ook stresserende job”, vertelt ze. Tussen de dieren vindt ze nu de job van haar leven.

De ringstaartmaki’s genieten van het zonnetje. 

De ringstaartmaki’s genieten van het zonnetje. © Joren De Weerdt

“Kijk wat voor een mooie bureau ik hier heb”, toont ze ons wanneer we het lemurenperk binnenwandelen. De ringstaartmaki’s kijken vrolijk op als we de deur openen. “Na 43 jaar een bureaujob te hebben gedaan, is dit iets heel anders. Hier droomde ik al lang van, maar corona zette zoals bij iedereen alles on hold. Nu vind ik het zalig om hier toe te komen en te worden verwelkomd door de dieren. Zie ze daar zitten, met z’n allen gezellig in het zonnetje. Dit zijn de ringstaartmaki’s. Die zijn met zes. De moormaki’s, die vaak dichter bij hun binnenperk blijven, zijn met drie: Oreo is de papa, de mama heet Kimmy en de tienerdochter Wifi”, gidst ze ons binnen.

Terwijl ze haar rangervest aantrekt, legt Kris ons de dienstregeling uit en geeft ze wat uitleg bij haar ‘wapen’. “Ik kom twee keer in de week helpen. Dat is telkens in blokken van vier uur, ofwel vanaf 10 tot 14u, ofwel van 14 tot 18u. Ik kom een half uur voor ik moet beginnen toe in het park en haal dan mijn vest, telefoon en de spuitbus met water”, zegt ze. Die spuitbus is haar wapen om de lemuren tot de orde te roepen. “Ik heb ze nog niet moeten gebruiken en ik hoop dat het zo blijft”, lacht ze. “Als de maki’s eten zouden stelen of op mensen gaan zitten, moeten we ze stoppen, want dat is uiteraard niet de bedoeling. Ook als ze naar de buitendeuren gaan, moeten we hen in de gaten houden.”

Krulstaart

De eerste bezoekers lopen door het perk en kijken hun ogen uit. De moormaki’s klimmen boven onze hoofden weer naar binnen, de ringstaartjes genieten van de zon. Eentje zit op een paaltje, vlak naast het wandelpad en doet een jonge fan schrikken. Zo dichtbij, dat had hij duidelijk niet verwacht, maar erg vindt hij het niet. Integendeel, hij bestudeert uitgebreid hoe de ringstaartjes hun wit-zwartgestreepte staart kunnen krullen en er bijna een nestje van maken.

Kijken mag, aankomen niet. 

Kijken mag, aankomen niet. © Joren De Weerdt

De voornaamse regels zijn: kijken mag, aankomen niet. Voederen is ten strengste verboden en ook achter de dieren aanrennen en loeihard roepen, kan niet. Plus: “Bij de lemuren zijn ook kinderwagens niet toegestaan”, legt Kris beleefd uit aan een koppel dat met buggy het perk binnenwandelt. Een regel die de twee over het hoofd hadden gezien, maar wel begrijpen. “Er zitten te vaak eten of etensrestjes in zo’n kinderwagen en daar zijn de aapjes op verlekkerd.”

De mooraapjes klimmen graag naar het dak van hun binnenverblijf. 

De mooraapjes klimmen graag naar het dak van hun binnenverblijf. ©  Joren De Weerdt

“Als het druk is, moeten we er vooral op letten dat de mensen de dieren niet stiekem proberen te aaien. Meestal zet ik mij dan in het midden van het perk. Daar kan ik iedereen goed in de gaten houden, mens en dier. Ik leg wel altijd uit dat wij ook niet graag hebben dat er voortdurend iemand aan ons zit te prutsen. De meesten hebben daar wel oren naar.”

“Dat is wel het verschil tussen een rangerjob bij de lemuren en die bij de klauwapen”, lacht Kris Lamon. “Hier is het veel kleiner en is er veel meer interactie tussen de bezoekers en de dieren en dus ook tussen de ranger en de bezoekers. Bij de klauwaapjes is het verblijf veel groter en sta je echt tussen de bomen. Daar zitten voorlopig nog minder dieren en moet je harder zoeken naar de kleine aapjes. Als ranger is het daar fantastisch om echt middenin de jungle te staan en de mensen te helpen zoeken.”

Bij de lemuren - of de maki’s - is altijd wel iets te zien. De dieren houden van zonnen, maar ook van klimmen en springen. 

Bij de lemuren - of de maki’s - is altijd wel iets te zien. De dieren houden van zonnen, maar ook van klimmen en springen. ©  Joren De Weerdt

Rechte pad

Dat willen we dan wel eens zien. In het Amerikaans continent stappen we voorbij de boshondjes naar het klauwaapjeseiland. Daar treffen we Guido Collaert uit Buggenhout met een rangerbadge en dito vest. “Ik werk al sinds 2015 als vrijwilliger in de Zoo en Planckendael. Eerst als kwaliteitscontroleur, nu als ranger. Fauna en flora zijn echt mijn passie, ik gids ook elders en vind dit geweldig om te doen”, steekt hij van wal. “Bij de maki’s is de job inderdaad intensiever, daar ben je constant bezig. Hier is het wat rustiger. Het is vooral een kwestie van de mensen op te voeden. Het merendeel leest braaf de bordjes en weet maar al te goed wat mag en wat niet. Maar die paar anderen, daar moeten we toch proberen om hen op het rechte pad te houden.”

Dat gaat over groepen, maar net zo goed over individuen. “Als de juffen hun job goed doen en voor ze het perk binnenstappen, uitleggen wat wel en niet mag, dan moet ik maar half zo hard werken”, lacht hij.

De goudkopleeuwaapjes hebben zo veel plaats dat het soms wat moeite vraagt om hen te vinden, maar de rangers helpen graag. 

De goudkopleeuwaapjes hebben zo veel plaats dat het soms wat moeite vraagt om hen te vinden, maar de rangers helpen graag. © Joren De Weerdt

Die andere helft van de job - uitleggen welke dieren er in het verblijf wonen en waar ze te zien zijn - is aangenamer dan uitleggen wat niet mag. Tot incidenten komt het zelden, maar het vraagt toch soms wat overredingskracht om bezoekers te doen beseffen dat de regeltjes er zijn ter bescherming van zowel de dieren als de mensen.

“Dat zijn hier kleine aapjes, maar ik denk niet dat je er graag een beet van krijgt. Ze hebben kleine, maar heel scherpe tanden die bovendien vol bacteriën zitten. Als je de dieren probeert te aaien, ga je bijna automatisch eerst naar hun hoofd en alle gevaar dat die dieren kennen, komt van boven. Zij zijn dus extra waakzaam en defensief als er iets onverwachts gebeurt boven hun hoofd.”

Een witgezichtpenseelaapje komt ook eens piepen. 

Een witgezichtpenseelaapje komt ook eens piepen. ©  Joren De Weerdt

Terwijl ranger Guido zijn uitleg doet, komen ook bezoekers Guido en Odet meeluisteren. Als abonnees komen ze zowat elke week naar Planckendael. “Wij waren al eens getuige van een grootmoeder die moeilijk deed over het feit dat je niet mag eten in de doorloopperken”, pikt Odet in. “Nochtans zijn die dieren net als kinderen hè. Als die een hele dag van iedereen eten krijgen, zijn die daar blij mee, maar gezond is anders natuurlijk.”

Een witgezichtpenseelaapje doorbreekt haar verhaal door schattig te komen piepen van achter een hoekje. “Let op: als ze net gegeten hebben, durven ze al wel eens een pakje achter te laten”, waarschuwt de ranger ons. “De dieren kunnen allemaal buiten, hier wonen drie goudkopleeuw- en twee witgezichtpenseelaapjes. Voorlopig is wel alleen de benedenverdieping open”, legt de ranger uit. “Aan de bovenste ladders geraken ze nu niet.”

Eiland

Of ze ergens kunnen ontsnappen, willen Odet en Guido weten. “Nee, heel het verblijf is hier omringd door water. Alleen via de metalen brug raak je hier op en af, maar dat is voor hen een heel onnatuurlijke weg. Die nemen ze doorgaans niet. Al weten we als rangers wel dat we hen in de gaten moeten houden als ze te dicht die kant opgaan. De goudkopjes zijn meestal wel braaf, de penseelaapjes zijn durvers. Als het druk is, bewaak ik de brug met mijn waterspuit”, lacht Guido Collaert.

De rangers zijn steevast gewapend. Met een waterspuit. 

De rangers zijn steevast gewapend. Met een waterspuit. ©  Joren De Weerdt

De vragen en het enthousiasme van de bezoekers zijn voor hem een drijfveer. “De oprechte interesse en de blije gezichten van de mensen die hier van dichtbij de aapjes zien, maken het super plezant. Zolang ik kan en mag, blijf ik dit doen”, besluit hij.

www.planckendael.be

De regels staan duidelijk uitgelegd, maar dat is niet per se voldoende. 

De regels staan duidelijk uitgelegd, maar dat is niet per se voldoende. ©  Joren De Weerdt

 

 ©  Joren De Weerdt

 

 ©  Joren De Weerdt

Aangeboden door onze partners

Hoofdpunten