RECENSIE. ‘Dansen op vluchtige noten’ van An Van Paemel: Twee gekwetste zielen ***

 

 ©  rr

In het nawoord van haar romandebuut ‘Dansen op vluchtige noten’ schrijft de Brugse An Van Paemel dat het verhaal geïnspireerd werd door dat van haar Nederlandse grootmoeder. Dat verhaal begint in de jaren voor WO I, wanneer een jonge Gidia beseft dat ze wil breken met de traditionele rol die een vrouw moet spelen. “Meisjes horen dienstbaar te zijn”, houdt haar moeder haar voor. Zelfs studeren voor onderwijzeres kon niet, ze moest gaan ‘dienen’ bij de rijke mensen. Toch wordt ze verpleegster in een ‘gekkenhuis’.

John Vervoort

Daar ontmoet ze Jean. Ook zijn voorgeschiedenis vertelt Van Paemel uitgebreid. Hij is een Vlaamse jongen uit een muzikaal gezin die ook tekentalent heeft. Hij heeft een schizofrene broer die, zeggen de dokters, ‘erfelijk belast’ is, waardoor Jean vreest dat de ziekte hem ook zou kunnen treffen. Ook hij wordt verpleger en belandt tijdens WO I in Nederland, waar hij in een psychiatrisch ziekenhuis Gidia leert kennen. Hij zal uiteindelijk muziek mogen spelen, zijn instrument is de cello, om het moreel van de soldaten op te krikken, maar hij zal ook de dood geregeld in de ogen kijken.

Dansen op vluchtige noten is een mooi portret van twee gekwetste zielen die hunkeren naar een ander leven, maar die door het tijdsgewricht en de moraal worden tegengewerkt. Vooral in het midden van de roman hadden wat scènes strenger gesnoeid kunnen worden, maar toch is dit een beloftevol Vlaams debuut. Vooral omdat Van Paemel de levens van haar personages plaatst tegen een boeiende historische en politieke achtergrond.

Aangeboden door onze partners

Lees ook