OESO: “Belgische economie heeft coronacrisis goed doorstaan, máár...”

Secretaris-generaal Mathias Cormann van de OESA (links) en premier Alexander De Croo (rechts) bij de voorstelling van het rapport. 

Secretaris-generaal Mathias Cormann van de OESA (links) en premier Alexander De Croo (rechts) bij de voorstelling van het rapport. ©  BELGA

De Belgische economie heeft de coronacrisis relatief goed doorstaan, maar de oplopende inflatie, de tekorten op de arbeidsmarkt en de actuele toeleveringsproblemen nopen tot hervormingen om het hele systeem robuuster te maken. Dat zegt de OESO in een nieuwe analyse van de economie van ons land. De organisatie pleit er onder meer voor om meer mensen aan het werk te zetten.

jvhBron: BELGA

Met een werkgelegenheidsgraad van iets meer dan 70 procent hinkt België flink achterop ten aanzien van Duitsland en Nederland. In die buurlanden is ongeveer 80 procent van de bevolking tussen 20 en 64 jaar aan het werk. “Maar ik zie geen enkele reden waarom België niet dezelfde werkgelegenheidsgraad zou kunnen bereiken”, zei OESO-secretaris-generaal Mathias Cormann dinsdag bij de voorstelling van zijn rapport, in het gezelschap van premier Alexander De Croo.

De OESO stelt vast dat met name laaggeschoolden, moeders met jonge kinderen, migranten en personen met een beperking te weinig aan de arbeidsmarkt deelnemen - een analyse die in wel meer internationale rapporten over de Belgische arbeidsmarkt wordt gemaakt. Er zijn ook relatief veel langdurig werklozen in ons land. Een van de oplossingen bestaat er volgens de OESO in de belasting op arbeid naar beneden te brengen en de voordelen voor werkenden (’in-work benefits’) op te trekken, vooral voor alleenstaande moeders met een laag inkomen.

In het kader van de reeds geplande belastinghervorming pleit de OESO voor de invoering van een progressieve belasting op kapitaalinkomsten. Nergens anders is de belastingdruk voor de gemiddelde alleenstaande werknemer zonder kinderen, de zogenoemde belastingwig, zo groot als in België. Met 52,6 procent laat ons land het OESO-gemiddelde van 34,6 procent ver achter zich. Dat leidt tot een lagere deelname aan de arbeidsmarkt voor mensen met een laag inkomen en minder koopkracht voor hun gezinnen. De oplossing bestaat er volgens de OESO in de fiscale basis te verbreden, bijvoorbeeld dus met een belasting op kapitaal.

Sowieso moet de regering-De Croo werk maken van de fiscale hervorming die ze al bij haar aantreden aangekondigd heeft en waarbij de last op arbeid verschoven wordt naar consumptie, vermogen en activiteiten die schadelijk zijn voor het milieu. “Deze hervorming zou belemmeringen voor arbeidsmarktparticipatie moeten wegnemen (...) en de woon- en milieubelasting hervormen”, raadt de OESO aan.

Ook de pensioenen staan op de radar van de OESO. Om de gemiddelde effectieve pensioenleeftijd op te krikken, breekt ze een lans voor het invoeren van incentives voor wie langer dan de wettelijke pensioenleeftijd aan het werk blijft en sancties voor wie vroeger stopt.

Premier De Croo wees erop dat de Belgische participatiegraad de voorbije jaren al flink opgetrokken is, maar desalniettemin een van de laagste van de eurozone is. “Maar de doelstelling om een tewerkstellingsgraad van 80 procent te bereiken, wordt door alle regeringen van het land onderschreven. Dat is dus een algemene politieke doelstelling”, reageerde hij. De federale regering heeft al bakens verzet om langdurig zieken terug naar de arbeidsmarkt te leiden, zei De Croo, en wil de komende dagen ook een arbeidsdeal sluiten om meer mensen aan het werk te helpen én voor meer flexibiliteit te zorgen in de balans tussen werk en privé. “Het doel is meer mensen aan het werk te houden”, aldus De Croo.

Verder vraagt de OESO de Belgische sociale partners om een loonakkoord voor de periode vanaf 2023 te sluiten. Met het systeem van automatische loonindexering heeft de organisatie geen probleem, maar het kan wel effectiever worden toegepast, luidt het. Loononderhandelingen zouden wel beter op bedrijfsniveau worden gevoerd, vindt de OESO, zodat rekening kan worden gehouden met de productiviteit van elke individuele onderneming. Premier De Croo reageerde dat het “unieke systeem” van de loonindexering, waarbij een evenwicht wordt gezocht tussen de koopkracht van de burgers en de concurrentiekracht van de bedrijven, “de logica zelve is voor een open economie als de onze”.

Meer algemeen vraagt de OESO de overheidsuitgaven onder controle te houden. Ze gaat er namelijk van uit dat de schuldgraad in 2023 oploopt tot meer dan 107 procent. Volgens de OESO moeten de uitgaven efficiënter gemaakt worden, in de eerste plaats door hen op hun doelmatigheid te analyseren (’spending review’), zoals het regeerakkoord ook al vooropstelt. Door het begrotingsbeleid van de verschillende bestuursniveaus beter te coördineren, kan er dan weer ruimte voor openbare investeringen vrijgemaakt worden. Doelgerichte investeringen in groene en digitale infrastructuur kunnen de productiviteitsgroei opkrikken en de algemene economische groei duurzamer maken, besluit de OESO.

Aangeboden door onze partners

Lees ook

Hoofdpunten