Beke geeft toe dat hij te veel vertrouwen had in administratie: “We hebben te weinig gedubbelcheckt”

© Vlaams Parlement

Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) geeft toe dat hij te veel vertrouwen heeft gehad in het Agentschap Opgroeien. Beke moet zich maandag komen verantwoorden in de onderzoekscommissie naar de veiligheid in de kinderopvang van het Vlaams Parlement.

Nunzia Petralia

“Het is te gemakkelijk om een steen te werpen. Ik wil dat ook niet doen. Maar ik heb heel sterk vertrouwd op mijn administratie. De dubbel- of tripelcheck hebben we misschien te weinig gedaan.” Dat heeft Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) maandagmiddag gereageerd op een vraag van Vlaams Parlementslid Freya Saeys (Open VLD). Zij vroeg zich - samen met andere parlementsleden - af of Beke niet té veel vertrouwen had gehad in het Agentschap Opgroeien. Na even aarzelen stemde hij daar uiteindelijk mee in. Beke moest zich maandag tijdens de laatste publieke hoorzitting van de onderzoekscommissie naar de veiligheid in de kinderopvang komen verantwoorden voor de wantoestanden van de laatste jaren.

Eerder tijdens de hoorzitting wees Beke vooral met de vinger naar het agentschap. “Op geen enkel ogenblik heb ik van het Agentschap Opgroeien signalen gekregen dat er te weinig instrumenten voorhanden waren of te weinig informatiedoorstroming was. Als minister kan je niet elk dossier persoonlijk opvolgen. Daarvoor vertrouwde ik op mijn agentschappen en administraties. Ik weet niet hoe ik als minister anders had kunnen functioneren”, klonk het toen. Daar kwam hij later dus gedeeltelijk op terug.

LEES OOK. “Bent u deze positie nog waard?”: topvrouw Agentschap Opgroeien onder vuur in onderzoekscommissie kinderopvang

Agentschap Opgroeien

Tijdens de eerste vragenronde stelden parlementsleden Katrien Schryvers (CD&V) en Freya Saeys (Open VLD) ook vooral vragen over de verantwoordelijkheid van het agentschap. “Heeft u ooit moeten tussenkomen op het vlak van handhaving omdat het agentschap niet krachtdadig genoeg was?”, vroeg Schyrvers zich af. “Heeft de laksheid van de administratie mee geleid tot het drama in ’t Sloeberhuisje?”, vroeg Saeys dan weer.

Oppositiepartijen Vooruit en Groen stelden zich kritischer op ten opzichte van de voormalige minister. Het is flauw dat u de verantwoordelijkheid in de schoenen van de administratie wil schuiven”, zegt Hannes Anaf (Vooruit). “Ik begrijp dat u niet elk dossier afzonderlijk kan opvolgen, maar als de veiligheid van kinderen in gevaar is, moet je als bevoegd minister bijsturen. Uit de documenten die wij hebben gekregen, blijkt dat dat totaal niet gebeurd is. Uw vertrouwen in de administratie moet stoppen vanaf dat blijkt dat ze uw vertrouwen niet waard zijn.”

Björn Rzoska (Groen) gaat zelfs zover dat hij het beleid van Beke vergelijkt met het beleid van de huidige Vlaamse minister voor Welzijn Hilde Crevits (CD&V). “Crevits heeft meteen ingegrepen toen ze niet tevreden was met een antwoord van het agentschap (toen ze een herevaluatie vroeg van 54 crèches die nog open bleven te zijn terwijl er wel een gerechtelijk onderzoek naar gestart werd in het verleden, red.). Ze heeft bijgestuurd. Ik heb niet de indruk dat u dat gedaan heeft.”

Tijdens de rest van de hoorzitting kreeg Beke gelijkaardige kritiek als de administrateur-generaal van het Agentschap Opgroeien Katrien Verhegge vorige week vrijdag. Meerdere parlementsleden verweten hem dat hij de alarmsignalen te lang genegeerd heeft en te traag gehandeld heeft.

Corona

Naast het Agentschap Opgroeien wees Beke ook naar de coronacrisis als deel van de oorzaak. “Tijdens de coronacrisis was het pompen of verzuipen. Iedereen lijkt dat vandaag vergeten te zijn. Wie van jullie zou andere prioriteiten aan de dag hebben gelegd?”, klinkt het bij Beke. “Zouden wij zonder pandemie verder hebben gestaan? Ja, zeker. Zouden wij daarmee een aantal zaken hebben kunnen voorkomen? Dat durf ik niet 100 procent met zekerheid te zeggen, maar we hadden wel sneller kunnen ingrijpen, absoluut.”

Na de hoorzitting van vandaag moet de onderzoekscommissie zijn conclusies formuleren. Het eindverslag zou tegen 1 juli klaar moeten zijn.

Aangeboden door onze partners

Lees ook

Hoofdpunten