REACTIES. Tim Merlier wint opnieuw Belgisch kampioenschap, ondanks verkeerde gok: “Ik dacht even dat het gedaan was”

 

 ©  BELGA

Niet Jasper Philipsen, maar wel Tim Merlier zorgde zondag voor een delirium bij Alpecin-Fenix. Na zijn eerste titel in Gent in 2019 kroonde hij zich nu voor de tweede keer tot Belgisch kampioen op de weg. “Het was echt een kermiskoers”, vertelde de 29-jarige sprinter.

Sam Varewyck

“Ik moest van vrij ver aangaan. Ik denk dat Lionel Taminiaux (een teamgenoot bij Alpecin-Fenix, red.) mij niet echt goed begreep”, analyseerde Merlier zijn sprint. “Ik riep nog hup hup, maar het kwam niet echt. Dan moest ik even inhouden en kwam ik vroeg in de wind. Ik had niet het gevoel dat ik mijn tweede versnelling had zoals anders, maar ik ben blij dat ik het aangedurfd heb en het heeft geloond.”

De koers werd helemaal opengebroken tijdens de dubbele passage in de Moeren. “Toen die eerste kopgroep weg was en vijf minuten had, dacht ik als die overeenkomen, is het gedaan. Maar na de eerste passage in de Moeren zaten we op drie minuten en bij de tweede passage op twee minuten, denk ik. Toen ging ik er weer in geloven”, legt de nieuwe Belgische kampioen uit. “We kwamen alsmaar dichter. Het was een moeilijke situatie, je moet mee proberen zijn. Dan heb ik de slag gemist.”

Gokken

Het zag er heel lang naar uit dat het geen sprint met een (uitgedund) peloton zou worden in Middelkerke. “Ik heb dat zeker gedacht”, stelde Merlier. “Ik koerste lang mee, maar op een bepaald moment moet je ook eens gokken. Dat was een slechte gok (Merlier zat niet mee in de kopgroep, red.), al had ik uiteindelijk wel twee man mee. Even dacht dat ik het gedaan was, maar toen het tweede peloton terugkwam, ging ik er weer in geloven. En uiteindelijk kwam alles goed.” (Lees verder onder de foto)

 

 ©  BELGA

Voor Merlier is het na Gent 2019 zijn tweede Belgische titel. “De koers vandaag was moeilijker om te winnen dan toen. Vandaag zijn er 101 scenario’s opnieuw afgespeeld, ik ben blij dat ik met mijn trainer er deze week een paar had overlopen. Het was echt een kermiskoers die we aan het rijden waren. Op een bepaald moment moet je met alles mee zijn, maar dat gaat gewoon niet. Ik denk dat Jasper dat heel goed gedaan heeft, maar op het einde kwam alles weer samen toen Lotto-Soudal ging rijden.”

Merlier wees na de finish ook met een vingertje naar de hemel. “Dat was voor mijn grootmoeder die de dag na Parijs-Roubaix overleden is. Ik heb haar nog niet kunnen eren, bij deze is dat gelukt. Ik ben blij dat het vandaag volledig meezat. Daaraan zie je dat je er altijd in moet blijven geloven en rustig blijven”, vertelt Merlier, die ook geen antwoord gaf op de vraag bij welke ploeg hij nu volgend jaar gaat rijden. Ploegleider Christoph Roodhooft deed dat even later wel.

Jordi Meeus: “Ik denk dat ik een paar centimeter tekortkom”

De jonge Jordi Meeus strandde op de tweede plek. “Ik kwam heel dicht, maar niet dicht genoeg naar mijn goesting”, vertelde de renner van Bora-Hansgrohe. “Ik was eigenlijk verrast dat het grotere peloton nog terugkwam in de voorlaatste ronde, maar ik denk dat dat voor mij niet slecht was. Anders was die groep weggebleven.”

Een echte leadout zat er niet in. “Enkel mijn teamgenoot Cian Uijtdebroeks verscheen aan de start, maar die zat verderop. Ik moest mijn eigen weg wat zoeken en zat eigenlijk perfect in het wiel van Jasper Philipsen. Toen hij aanging, merkte ik dat er bij hem niet veel meer op zat na die zware koers. Ik ging zelf aan, achteraf gezien net iets te laat. Ik denk dat ik een paar centimeter tekortkom.”

Meeus pakt zo voor de tweede keer deze maand een tweede plek nadat hij in de Dauphiné nipt een ritzege aan Wout van Aert moest laten. “Na die tweede plaats nam ik eigenlijk alleen positieve gevoelens mee, maar van deze ben ik teleurgesteld. Het is jammer tweede te worden, zeker als je er zo dicht bij bent.”

Jasper Philipsen: “Misschien beste benen verspild in achtervolging”

Jasper Philipsen pakte brons na een hectische koers waarin hij zelfs even op de tramsporen belandde. “Ik denk dat wij helemaal links op de kant reden, maar daar lagen twee putten in de weg. Ik vloog los op die rail. Ik zag de Tour en al mijn voorbereiding al in het water vallen, maar uiteindelijk valt het wel mee. Maar het is nooit leuk om tegen de grond te gaan.”

“Ik heb heel lang met mijn reservefiets gereden, waardoor ik versnellingsproblemen had”, ging Philipsen verder. “Daardoor heb ik nog gewisseld in die kopgroep, wat een risico was. Maar uiteindelijk waren ze achter ons ook nog vol aan het koersen. Ik had niet gedacht dat het nog op een sprint zou uitdraaien. Het zag er goed uit met onze kopgroep, maar het tempo lag soms niet hoog genoeg en enkele renners probeerden de benen zo veel mogelijk stil te houden. Dan hangt het ervan af hoe ze in het peloton achter ons reden. Het kon twee kanten op.”

Philipsen werd in de slotfase nog getroffen door pech en achtervolgde enkele kilometers lang in zijn eentje de kopgroep. “Ik denk dat ik daar misschien mijn beste benen verspild heb, ik denk dat ik had moeten gokken en wachten op het peloton.”

Arnaud De Lie: “Ik ben teleurgesteld, daarvoor kwam ik niet naar hier”

Na een onverwacht spannende finale sprintte Arnaud De Lie naar de zesde plaats. Lotto Soudal toonde zich de gehele dag: Brent Van Moer en Maxim Van Gils meldden zich in de vroege vlucht van 14 renners. Die groep nam snel een marge van 5 minuten, maar daarachter brak er een eerste gevecht uit in de gevreesde Moeren. Het peloton brak in twee stukken, met in het eerste deel Arnaud De Lie, Sébastien Grignard, Frederik Frison, Florian Vermeersch en Jasper De Buyst namens Lotto Soudal. “Dat was een heel goede situatie voor ons”, aldus Arnaud De Lie na afloop. “Het is altijd beter om vooraan mee te zitten dan achteraan te moeten achtervolgen. Op deze manier waren we op ons gemak.”

Toen de kopgroep en dat eerste deel van het peloton samenkwamen, volgden de demarrages elkaar razendsnel op, waarna Florian Vermeersch aan de leiding kwam met tien andere renners. Maar ook dat was niet de finale move, want daarachter kwam het tweede peloton terug bij het eerste deel. Lotto Soudal trok voluit de kaart van Arnaud De Lie en leidde het peloton razendsnel tot bij de leiders. Het uitgedunde peloton sprintte om de Belgische titel en achter Tim Merlier reed Arnaud De Lie naar een zesde plaats.

“Ik ben teleurgesteld met deze zesde plaats, daarvoor kwam ik niet naar hier”, aldus de eerstejaars prof. “Ik denk dat we net een renner tekortkwamen in die laatste rechte lijn. Heel jammer. Maar tegelijkertijd denk ik dat we als ploeg een heel goede koers gereden hebben, waarbij we altijd de controle hadden. Het is jammer dat we dat niet kunnen afronden met de winst, maar er zijn genoeg positieve punten uit deze wedstrijd te halen.”

Aangeboden door onze partners

Lees ook

Hoofdpunten