Audit bevestigt problemen met inspectie en handhaving kinderopvang: minister Hilde Crevits (CD&V) eist plan

 

 ©  Liesbeth Gaethofs LG

Vlaams minister van Welzijn Hilde Crevits (CD&V) heeft de resultaten ontvangen van de audit over de kinderopvang. Die audit van Audit Vlaanderen kwam er na het drama in ’t Sloeberhuisje (in februari) en evalueerde het proces van inspectie en handhaving in de kinderopvang. Volgens Crevits toont de audit aan “dat de processen rond meldingen, klachten en handhaving onvoldoende onder controle zijn”. Zij vraagt van haar diensten een “duidelijk en volledig plan van aanpak”.

mtmBron: BELGA

LEES OOK. Overleden baby blijkt niet enige slachtoffer in crèche ‘t Sloeberhuisje: “De spoedarts zei: haal jullie kinderen daar meteen weg”

Na het drama in ’t Sloeberhuisje in februari, waarbij een baby is overleden na mishandeling, kondigde voormalig minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) een audit aan. Die audit, uitgevoerd door Audit Vlaanderen, moest de keten van inspectie en handhaving in de kinderopvang onder de loep nemen. Hoe wordt er omgegaan met klachten en meldingen en op welke manier worden die opgevolgd?

De audit is nu klaar en legt volgens minister Crevits “belangrijke pijnpunten bloot”. Volgens de minister liggen die pijnpunten vooral bij de “operationele organisatie rond handhaving”.

Zo is er de “onduidelijke” procedure rond klachten en meldingen. De manier waarop klachten en meldingen worden beoordeeld en behandeld is onvoldoende duidelijk en moet geactualiseerd en verduidelijkt worden. Ook het IT-systeem om dossiers op te volgen moet beter. Dat systeem moet toekomstbestendig zijn en moet “uniforme, kwalitatieve en volledige dossieropbouw en -opvolging” mogelijk maken. Verder moet er “een betere sturing en ondersteuning komen van de klantenbeheerders”.

“Duidelijk plan van aanpak”

Iets wat in de loop van de onderzoekscommissie kinderopvang herhaaldelijk naar boven kwam, was de afstemming tussen het agentschap Opgroeien en de Zorginspectie. Die samenwerking moet gestroomlijnd worden. Dat blijkt volgens de minister ook uit de aanbevelingen in de audit. “Er moet op regelmatige basis afgestemd worden om expertise uit te wisselen, om meer zicht op de impact van de beslissingen te krijgen en de noden te kennen,... zodat op een degelijke manier aan inspectie en handhaving kan worden gedaan”, klinkt het.

Volgens minister Crevits worden enkele aanbevelingen uit de audit al aangepakt in het actieplan ‘inspectie en handhaving in de kinderopvang’ van de opdrachthouder Leo Van Loo. Maar de CD&V-minister verwacht van het agentschap Opgroeien en de Zorginspectie wel “een duidelijk en volledig plan van aanpak op korte termijn om de tekorten tegemoet te komen”. “Er is duidelijk werk aan de winkel, de uitdagingen zijn niet min”, zegt de minister.

Dat plan van aanpak moet er volgens de minister komen los van de parlementaire onderzoekscommissie die volop bezig is aan haar eigen eindrapport met aanbevelingen.

Extra middelen nodig

Het agentschap Opgroeien zegt in de audit zelf dat het zich “in grote mate kan aansluiten bij de vaststellingen”. Volgens het agentschap staat een aantal acties en verbeteringen in de steigers, maar heeft de coronapandemie voor vertraging gezorgd. Tegelijk wijst het agentschap op de impact van de (personeels)besparingen. Zo was een optimalisatie van het dossiersysteem bijvoorbeeld “niet mogelijk omwille van aan het agentschap opgelegde besparingen waardoor prioriteitenmoesten worden gelegd in de aanwending van de IT-investeringsmiddelen”.

Volgens het agentschap kunnen de voorgestelde aanbevelingen ook enkel gerealiseerd worden met extra middelen. “Zowel bijkomende mankracht als bijkomende financiële middelen zullen een noodzaak zijn”, luidt het. In de audit staat een concreet voorbeeld. Het agentschap kan administratieve controles doen, bijvoorbeeld om snel mogelijke situaties van overtal op te sporen, maar de medewerker die instond voor uitgebreide steekproefcontroles heeft het agentschap verlaten en “is omwille van de koppenbesparing niet vervangen”.

Ook de Zorginspectie wijst op de nood aan middelen om bepaalde aanbevelingen waar te maken. De Zorginspectie krijgt ook het advies om in sommige gevallen twee inspecteurs (in plaats van één) langs te sturen, bijvoorbeeld na klachten of bij gevaarsituaties. De Zorginspectie wil die suggestie bestuderen, maar wijst er meteen op dat het mogelijke effect daarvan zowel op het aantal inspecties als op het aantal benodigde inspecteurs “heel groot is”. “Bovendien mag het niet zo lijken dat enkel een inspectie die uitgevoerd werd door twee inspecteurs, betrouwbaar zou zijn”, luidt het nog.

Aangeboden door onze partners

Hoofdpunten