“Vlaamse regering krijgt in 2024 begrotingsevenwicht in het vizier”

 

 ©  BELGA

De Vlaamse regering kan tegen het einde van de legislatuur in 2024 een begrotingsevenwicht in het vizier krijgen. Dat blijkt uit berekeningen van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV). De raad van de Vlaamse sociale partners houdt daarbij wel, net zoals de regering-Jambon zelf, het relanceplan Vlaamse Veerkracht en het Oosterweelproject buiten de begrotingsdoelstelling. De SERV houdt ook een slag om de arm, want er zijn erg veel economische en maatschappelijke onzekerheden, gaande van de inflatie tot de Oekraïnecrisis en de stijgende energiekosten.

jvhBron: BELGA

Voor dit jaar houdt de SERV bij ongewijzigd beleid rekening met een begrotingstekort van 3,7 miljard euro, een lichte verslechtering van 181 miljoen euro tegenover de aangepaste begroting. Vanaf volgend jaar zou een begrotingstekort stelselmatig kleiner worden, met een verwacht tekort van 1,7 miljard in 2023 en van 1,2 miljard euro in 2024. 

Zonder het relanceplan Vlaamse Veerkracht en de bouwkost voor Oosterweel slinkt het tekort in 2023 tot 620 miljoen euro en zelfs tot 263 miljoen euro in 2024. Daarmee haalt Vlaanderen ruim haar begrotingsdoelstelling. Bijkomende inspanningen zijn volgens de SERV niet nodig. Vorige week liet minister-president Jan Jambon nog verstaan dat hij zo snel als mogelijk wil aanknopen met een evenwicht, maar hij sprak daarbij van 2027 of 2026. 

Maar een waterdicht begrotingstraject uitstippelen is in de huidige macro-economische omstandigheden bijna onmogelijk. Daarvoor zijn er te veel economische en maatschappelijke onzekerheden. De economische groei vertraagt en de inflatie loopt razendsnelop. De maatschappij herstelt intussen nog van de coronacrisis en moet al meteen het hoofd buigen aan nieuwe crisissen zoals de Oekraïnecrisis en de stijgende energieprijzen. 

De inflatieopstoot heeft op Vlaams niveau een gunstige invloed op het begrotingsresultaat. Dat komt omdat de meeste Vlaamse ontvangsten, zoals de grote hap federale dotaties, meestijgen met de inflatie, terwijl veel uitgaven de inflatie maar gedeeltelijk of met vertraging de inflatie volgen. 

Toch waarschuwt de SERV de Vlaamse regering om “niet blind te zijn voor de negatieve impact van de inflatieopstoot” voor bepaalde sectoren, ondernemingen en gezinnen. De SERV pleit daarom voor “gerichte ondersteuning” zonder daarbij de begroting in te zetten als buffer, zoals dat wel gebeurd is voor de coronacrisis. “We spreken ons niet uit over wie die gerichte ondersteuning dan moet krijgen. Dat is een zaak waarover de beleidsmakers moeten beslissen”, zegt SERV-voorzitter Hans Maertens.

Aangeboden door onze partners

Lees ook

Hoofdpunten