Onderzoekscommissie kinderopvang snoeihard voor top van agentschap Opgroeien, ook ex-minister Wouter Beke (CD&V) krijgt veeg uit de pan

Zowel voormalig minister van Welzijn Wouter Beke (links) als topvrouw Katrien Verhegge (rechts) krijgen in het rapport een veeg uit de pan. ©  Kris Van Exel, Bart De Waele

De onderzoekscommissie kinderopvang is in haar aanbevelingen snoeihard voor de top van het agentschap Opgroeien en met name voor leidend ambtenaar Katrien Verhegge. Het management bij Opgroeien heeft onvoldoende (snel) ingegrepen bij problemen en is er daardoor niet in geslaagd “ de veiligheid in de kinderopvang zo maximaal mogelijk te detecteren”. De commissie zegt dat er “dringend moet ingegrepen” worden in het management om het vertrouwen in Kind en Gezin te herstellen. Ook gewezen minister van Welzijn Wouter Beke krijgt nog een veeg uit de pan.

jvhBron: BELGA

De onderzoekscommisssie die de veiligheid in de kinderopvang de voorbije weken en maanden heeft onderzocht, is klaar met haar rapport. De commissie werd opgericht na het overlijden van een baby in een crèche in het Oost-Vlaamse Mariakerke in februari. De commissie heeft de voorbije weken tal van sprekers gehoord, gaande van experten tot de top van de administratie en gewezen minister van Welzijn Wouter Beke. 

75 aanbevelingen

De commissie heeft nu een pakket met 75 concrete aanbevelingen klaar. Volgens commissievoorzitter Koen Daniëls (N-VA) gaat het om “objectieve, serene en gedragen vaststellingen”. De commissie vraagt onder meer een betere en meer uniforme klachtenbehandeling (met één contactpunt) en een hervorming van de inspecties met snellere en meer inspecties.

LEES OOK. Nieuw statuut moet beterschap brengen voor onthaalouders: “Als we nu meer willen verdienen, moeten we voor meer kindjes zorgen” (+)

De commissie wil ook het voorzorgsprincipe meer centraal stellen. Nu gebeurt de handhaving nog te vaak vanuit een “strikt juridische logica”, maar volgens de commissie moet het voorzorgsprincipe “altijd primeren”. En wanneer er een handhavingstraject wordt opgestart, dan moet dat traject beperkt worden in de tijd om op die manier korter op de bal te spelen.

Een klassiek pijnpunt als het gaat over de kwaliteit van de kinderopvang is de kind-begeleiderratio. Nu is er een ratio van 1 begeleider per 8 of 9 kinderen. Die ratio moet voor de commissie omlaag. Een concreet getal wordt niet genoemd, maar het is de bedoeling de ratio te verlagen op basis van een vergelijkend onderzoek met de omliggende landen en wetenschappelijk onderzoek. De commissie vraagt ook een tijdspad om die verlaging te realiseren.

Net als de recente audit in de kinderopvang dringt ook de commissie aan op een performanter IT-systeem. Nu gebruiken de Zorginspectie en Kind en Gezin een verschillend systeem en duiken knipperlichten niet automatisch op. De commissie dringt daarom aan op een geïntegreerd en overzichtelijk systeem voor de opvolging van dossiers. Intussen heeft minister van Welzijn Hilde Crevits (CD&V) al de nodige middelen voorzien voor dat nieuwe IT-systeem.

Verder vraagt de commissie dat ouders actief inzage krijgen in klachten en inspectieverslagen. Die openbaarheid moet er komen “op korte termijn”. Organisatoren van kinderopvanginitiatieven en hun medewerkers moeten volgens de commissie ook om de drie jaar een uittreksel uit het strafregister (het vroegere attest van goed gedrag en zeden) kunnen voorleggen. Nu wordt dat uittreksel maar één keer gevraagd.

Om alle uitdagingen aan te pakken, moeten zowel de Zorginspectie als Kind en Gezin kunnen rekenen op meer middelen en personeel. Zo moeten er extra inspecteurs komen om te zorgen voor meer en meer gerichte inspecties en moet Kind en Gezin meer dossierbeheerders krijgen om te zorgen voor een verlaging van de werkdruk en voor een betere dossieropvolging.

Scherp voor top én voor Beke

Maar de meest opvallende passage in het eindrapport gaat over de verantwoordelijkheden. Zo is de commissie bijzonder scherp voor de top van het agentschap Opgroeien, met name voor leidend ambtenaar Katrien verhegge en voor de verantwoordelijke rond handhaving Ariane Van den Berghe. Volgens de commissieleden is het dossierbeheer bij het agentschap “een puinhoop” en heeft de top “onvoldoende adequaat en niet met het gepaste urgentiegevoel gereageerd”.

LEES OOK. “Bent u deze positie nog waard?”: topvrouw Agentschap Opgroeien onder vuur in onderzoekscommissie kinderopvang (+)

De commissie verwijt het agentschap Opgroeien “een gebrek aan performant handelen en een gebrek aan kritische zelfreflectie”. Net daardoor is het agentschap er “onvoldoende in geslaagd om alle problematische veiligheidssituaties afdoende te detecteren en zo de veiligheid in de kinderopvang zo maximaal mogelijk te garanderen”, zo staat te lezen in het rapport.

In de aanbevelingen vraagt de commissie ronduit dat er “dringend (moet) ingegrepen worden in het organisatiebeleid en het management van het agentschap Opgroeien om het vertrouwen in Kind en Gezin te herstellen”.

Ook gewezen minister van Welzijn Wouter Beke krijgt in het rapport nog een veeg uit de pan. De ex-minister krijgt het verwijt dat hij te veel vertrouwen had in zijn administratie, iets wat Beke zelf ook toegaf bij zijn passage in de commissie. De commissie wijst er ook op dat de fouten “die gebeurd zijn binnen de administratie onder de politieke verantwoordelijkheid van de minister vallen”.

Commissieleden reageren hard

Bij de voorstelling van het rapport waren verschillende commissieleden behoorlijk scherp. “De administrateur-generaal (Katrien Verhegge, red.) heeft gefaald. We beseffen dat die woorden hard klinken. Maar als we denken aan wat ouders van sommige kinderen te horen kregen, dan moeten we dat durven benoemen”, zo zei Vlaams Belang-parlementslid Ilse Malfroot.

Ook Freya Saeys (Open VLD) is niet mals voor Verhegge en haar agentschap. “Het dossierbeheer is een regelrechte ramp. Er is onvoldoende adequaat opgetreden bij gevaarsituaties en men heeft de eigen werking niet in vraag gesteld, ook niet na ‘t Sloeberhuisje. Er moet dringend ingegrepen worden in het management en het organisatiebeleid”, aldus Saeys.

Verschillende commissieleden hameren ook op het belang van het voorzorgsprincipe. “Bij elke stap van de weg moet de veiligheid vooropstaan en moet men vertrekken van de vraag: ‘Is het kind veilig’”, aldus N-VA-parlementslid Freya Perdaens. Voor CD&V-parlementslid Katrien Schryvers is het belangrijk dat daarbij de strikt juridische benadering wordt losgelaten. “Als er sprake is van geweld, is het vaak woord tegen woord en botst men op het ontbreken van bewijslast om te kunnen optreden. Het voorzorgsprincipe moet prominenter aan bod komen”, aldus Schryvers.

Vooruit-parlementslid Hannes Anaf is tevreden over de aanbevelingen. “De onderzoekscommissie benoemt alles wat er is misgelopen in de kinderopvang”, klinkt het. Anaf blijft het wel betreuren dat de administratie en de (ex-)minister “te laat in gang geschoten zijn”. “Er zijn veel te lang signalen genegeerd en er is eerst een drama in ‘t Sloeberhuisje moeten gebeuren voor men in gang is geschoten”.

Volgens commissievoorzitter Koen Daniëls kunnen de aanbevelingen “een leidraad voor de toekomst” vormen. “Als er ergens een bordje met een vergunning van Kind en Gezin aan de deur hangt, moet je in de toekomst als ouder zeker zijn dat je kind daar maximaal veilig is”, concludeert Daniëls.

Het rapport met vaststellingen en aanbevelingen is woensdag in de commissie bijna unaniem aangenomen. Enkel oppositiepartij Groen heeft zich onthouden. Groen stapte eerder op uit de commissie omdat de conclusies voor de partij niet ver genoeg gingen. Celia Groothedde diende nog een aantal amendementen in, onder meer om de kindratio te verlagen naar 1 op 5, maar die amendementen werden weggestemd. Donderdag volgt nog een bespreking van het eindrapport in de plenaire vergadering.

Aangeboden door onze partners

Lees ook

Hoofdpunten