80 jaar geleden vertrok het eerste transport vanuit Mechelen naar Auschwitz

 ©  REUTERS

Het is donderdag precies 80 jaar geleden dat op 4 augustus 1942 het eerste treintransport met Joden vertrok uit de Dossinkazerne in Mechelen, het verzamel- en doorvoerkamp in België. Toen vertrokken 999 mensen, onder wie 51 Joden jonger dan 15 jaar, naar het concentratiekamp Auschwitz-Birkenau. Slechts acht gedeporteerden overleefden uiteindelijk de oorlog.

mtmBron: BELGA

Op 27 juli 1942 opende de Dossinkazerne officieel zijn deuren. In de maanden daarvoor legde de Duitse bezetter de Joodse inwoners in België talloze anti-Joodse maatregelen op, zoals het dragen van een Jodenster en de inschrijving in een gemeentelijk Jodenregister. Die moesten hen identificeren en isoleren uit de Belgische maatschappij. Tussen augustus 1942 en september 1944 vertrokken vervolgens 28 transporten uit de Dossinkazerne. De Duitse bezetter voerde in totaal 25.843 Joden en 353 Roma weg naar het concentratiekamp in Polen.  

Meer dan 12.000 Joden kregen in de zomermaanden van 1942 een tewerkstellingsbevel. Zowat 4.000 mensen zijn ingegaan op de oproep en hebben zich aangemeld in de Dossinkazerne. “In de brieven stond dat ze moesten gehoorzamen, omdat de Joodse bevolking anders in de problemen dreigde te vallen. Veel mensen zijn daardoor in de val getrapt. Ze wilden hun eigen familie niet in moeilijkheden brengen door de oproep te weigeren”, klinkt het bij Laurence Schram, onderzoekster bij Kazerne Dossin. De opgeroepen Joden moesten bovendien een lijst aan spullen meenemen, zoals bestek, warme kledij en werkschoenen. 

Bovendien zaaide de Duitse bezetter verwarring door op te roepen tot een zogenaamde “tewerkstelling in het Oosten”. In de maanden daarvoor waren honderden werkloze Joodse mannen daadwerkelijk weggestuurd om te gaan werken in Noord-Frankrijk. “Bovendien waren in die periode ook niet-Joodse Belgen verplicht opgeroepen om te gaan werken. De Joden dachten daarom, althans bij het eerste transport, dat ze effectief gingen werken”, verklaart Schram.

Bij de eerste deportaties moesten Joden maximaal een week in de Dossinkazerne verblijven vooraleer ze vertrokken. “Ze moesten in overbevolkte slaapzalen verblijven. Soms waren mensen genoodzaakt op de grond te slapen. Op sommige pieken zaten er meer dan 2.000 mensen in de kazerne”, klinkt het.

Maar de Duitse bezetter kreeg steeds minder reactie op de oproepingsbevelen, en slaagde er niet in om de opgelegde quota te bereiken. “Berlijn verwachtte 300 mensen per dag, maar dat aantal kon de Sipo-SD (de Duitse politiediensten, red.) niet halen. De Joden in België waren wantrouwig en gehoorzaamden niet aan de oproepingsbevelen”, zegt Schram. Om Joodse inwoners op te sporen volgde daarom in Antwerpen een eerste razzia op 15 en 16 augustus.

Door het groeiend verzet van de Joden verbleven sommige gevangenen soms enkele maanden in het kamp, totdat de bezetter voldoende mensen had verzameld om een transport te vullen. Waar de Duitsers bij de eerste negentien transporten overigens nog gebruik maakten van derdeklassewagons, schakelden ze daarna over tot veewagons. Tijdens het eerste treintransport op 4 augustus 1942, nu 80 jaar geleden, slaagde de 16-jarige Hanna Kapowitz erin om te ontsnappen uit de rijdende trein. Ze werd weliswaar opnieuw gevangengenomen en vertrok met het volgende transport.

Slechts een op de twintig overleefde de deportaties. Velen onder hen waren buitenlandse Joden die in België op de vlucht waren voor antisemitisch geweld. “Pas in september 1943 vertrok het eerste transport met Belgische Joden”, zegt  Schram. Ze laat bovendien weten dat 25 procent van de 999 Joden meteen bij aankomst werd vergast, terwijl de anderen in gevangeniskampen moesten verblijven. Bij latere transporten klom dat percentage al gauw tot 60 procent van de gedeporteerden.

“We zijn nu vertrokken”

Tijdens de treinrit gooiden sommige gedeporteerden briefjes uit de wagon. Zo wierp de 17-jarige Erwin Haber op 4 augustus een briefje gericht aan zijn geliefde. “We zijn nu vertrokken. We weten niet waar naartoe. Tot nu toe gaat alles goed met ons. Hopelijk blijft dat zo. Vele kussen”, staat er te lezen.  

Vandaag bevindt zich in de Dossinkazerne een memoriaal waar bezoekers de slachtoffers kunnen herdenken. Het museum Kazerne Dossin, dat dit jaar tien jaar bestaat, staat onder meer stil bij de mechanismen die schuilen achter de vervolging. Een portrettenmuur in het museum geeft bovendien een gezicht aan de duizenden gedeporteerden. Het museum blijft op zoek gaan naar nieuwe portretten van slachtoffers, die ze in november tijdens een jaarlijkse ceremonie toevoegen aan de muur.

“We zijn geen geheugenlozen en kunnen niet onverschillig blijven. Het delen van verhalen van en over slachtoffers, hen een gezicht geven, is een manier om erkenning te geven en onze gevoeligheid aan te scherpen”, zegt Tomas Baum, directeur van Kazerne Dossin.

Aangeboden door onze partners

Lees ook

Hoofdpunten