Maar één op de vijf chauffeurs weet hoe het moet: al derde campagne voor reddingsstrook

Zoek de reddingsstrook 

De zogenaamde ‘reddingsstrook’ op snel- en gewestwegen, die hulpdiensten vlot moet doorlaten, geraakt maar niet ingeburgerd. “De meeste chauffeurs kennen het principe, vinden het ook waardevol, maar passen het in de praktijk te weinig én vaak te laat toe”, zegt het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV), dat nu voor de derde keer een campagne lanceert.

Werner Rommers

Het moet een reflex worden, maar bijna twee jaar na de invoering van de reddingsstrook is bij chauffeurs allesbehalve sprake van een automatisme. Bij file op een weg met twee of meer rijstroken – denk aan snelwegen, maar ook gewestwegen – zijn chauffeurs op het uiterst linkse rijvak verplicht om zoveel mogelijk naar links uit te wijken. Wie op het rijvak rechts daarvan rijdt, moet dan weer naar rechts, zodat hulpdiensten via de ontstane ruimte tussen deze twee rijstroken – de reddingsstrook – snel de file kunnen passeren.

Probleem: chauffeurs in de file gooien hun stuur pas naar links of rechts wanneer ze in hun achteruitkijkspiegel effectief hulpdiensten zien naderen. Wat op dat moment dan niet meer vlot lukt, met het nodige wringen tot gevolg. “Mensen kennen het principe van de reddingsstrook, vinden het waardevol. Toch stellen we in de praktijk vast dat zo’n reddingsstrook vandaag zelden spontaan wordt gevormd wanneer er zich een file voordoet”, zegt Katrien Kiekens van het Agentschap Wegen en Verkeer.

Groepsgedrag

Met als gevolg dat hulpdiensten – onderweg naar een incident – nog steeds erg veel moeite hebben om door een file te geraken en kostbare tijd verliezen. “Slechts 1 op de 5 chauffeurs weet dat die reddingsstrook meteen bij het ontstaan van een file moet worden gevormd, ook al zijn er op dat moment nog nergens zwaailichten te bespeuren.”

Er komt nu een derde sensibiliseringscampagne. In principe riskeren chauffeurs een boete tot 174 euro, maar de federale politie beschouwt zulke boetes vandaag niet als een prioriteit, klinkt het bij agenten op het terrein. “Het is in de praktijk ook niet zo eenvoudig te controleren.”

Waarom de Vlaming na twee jaar zijn les nog steeds niet heet geleerd? “We hebben altijd gezegd dat het jaren ging duren voor deze regel goed ingeburgerd zou geraken”, zegt Danny Smagghe van mobiliteitsorganisatie Touring. “Onder meer omdat een soortgelijke regel niet in Nederland of Frankrijk bestaat, enkel in Duitsland en Oostenrijk.”

Volgens Werner De Dobbeleer van de Vlaamse Stichting Verkeerskunde (VSV) heeft het ook te maken met het kweken van de goede gewoonte waarbij je consequent bij elke file plaats ruimt voor de hulpdiensten. “En een gewoonte kweken, duurt gemiddeld zes weken lang, tenminste wanneer je dat gedrag elke dag zou stellen. Maar niet elke chauffeur komt elke dag in een file terecht waarbij die ook nog eens met passerende hulpdiensten wordt geconfronteerd, kwestie van aan den lijve te ondervinden waarom zo’n reddingsstrook nuttig en nodig is.”

En het heeft ook te maken met groepsgedrag: “Wanneer je geen enkele auto voor jou in een file naar links of rechts ziet uitwijken, ben je zelf ook minder geneigd dat te doen”, aldus nog De Dobbeleer. “Niemand is immers graag de vreemde eend in de bijt.”

Aangeboden door onze partners

Lees ook

Hoofdpunten