Ben Weyts: “Tanker van dalende onderwijskwaliteit is gekeerd”, “situatie lerarentekort is ernstig maar niet hopeloos”

Het Vlaams onderwijs is erin geslaagd de tanker van de dalende onderwijskwaliteit te doen keren. Dat zegt minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) aan de vooravond van het nieuwe schooljaar. Hij klopt zichzelf op de borst en verwijst naar enkele maatregelen die hij genomen heeft zoals de Vlaamse toetsen en de taaltest voor kleuters.

jvhBron: BELGA

De onderwijskwaliteit is voor de minister “essentieel”, “omdat we daar als onderwijsveld zelf vat op hebben”. “Het lerarentekort is er deels door een gebrekkig arbeidsmarkt- en activeringsbeleid, maar de onderwijskwaliteit is onze eigen verantwoordelijkheid”, zegt hij. “De lat moet hoger gelegd worden.”

Weyts focust daarvoor in eerste instantie op Nederlands en wiskunde, omdat leerlingen die vaardigheden ook nodig hebben voor andere vakken. Zo zijn kleuters sinds vorig schooljaar verplicht om een taaltest af te leggen voordat ze mogen starten in het eerste leerjaar.

“Ik heb moeten trekken en sleuren om de taalscreening bij kleuters erdoor te krijgen”, aldus de minister, maar het is volgens hem net een sociale maatregel. “Kinderen die in het lager onderwijs starten moeten voldoende Nederlands kennen, anders ben je een vogel voor de kat en zijn er geen gelijke kansen. We moeten kinderen via de overdracht van kennis en vaardigheden hoger op de sociale ladder laten klimmen. Dat is onze kerntaak.”

Daarnaast worden in 2024 stapsgewijs de Vlaamse toetsen ingevoerd. Die zullen leerlingen op vier momenten in hun schoolcarrière moeten afleggen, met name in het vierde leerjaar, het zesde leerjaar, het tweede jaar secundair en het zesde jaar secundair.

“Met die toetsen hebben we eindelijk een instrument in handen om de evolutie van de onderwijskwaliteit te bekijken. Voor scholen is het een instrument om zich te vergelijken met andere scholen. Daarnaast wordt het ook duidelijk hoe een leerling evolueert. Dat zijn essentiële data”, verklaart Weyts. “Vandaag moeten we ons nog altijd beroepen op buitenlandse onderzoeken, die slechts om de vijf jaar plaatsvinden en bij een select aantal leerlingen.”

Een derde tool om de onderwijskwaliteit aan te pakken, zijn de eindtermen, stelt de minister nog. In juni vernietigde het Grondwettelijk Hof de nieuwe eindtermen voor de tweede en derde graad secundair onderwijs, nadat het katholiek onderwijs er een procedure tegen had aangespannen. De onderwijspartners bekijken nu hoe het verder moet. Ook voor het basisonderwijs moeten er nieuwe eindtermen komen. Daarbij wil de minister ook focussen op Nederlands en wiskunde.

De Onderwijsvereniging van steden en gemeenten (OVSG) wijst erop dat er toch nog heel wat onduidelijkheid is over de Vlaamse toetsen. “Op basis van welke eindtermen gaan we die toetsen ontwikkelen? Na de vernietiging van de eindtermen voor het secundair onderwijs zijn alle gesprekken rond de eindtermen van het basisonderwijs stilgevallen”, verklaart algemeen directeur Walentina Cools. “Voor er Vlaamse toetsen ingevoerd kunnen worden, moet toch eerst bepaald zijn wat leerlingen minstens moeten kunnen? De logica is nu zoek.”

Nog volgens Cools worden met de Vlaamse toetsen verschillende doelen door elkaar gehaald door zowel op Vlaams niveau, op schoolniveau en op individueel leerlingenniveau te willen toetsen. Bovendien gaat het alleen over Nederlands en wiskunde. “Met onze eigen toetsen focussen we op het niveau van de scholen voor alle leergebieden en dus op de kwaliteit van het onderwijs”, zegt ze.

Koen Pelleriaux, afgevaardigd bestuurder van het gemeenschapsonderwijs GO!, is voorstander van de Vlaamse toetsen. Die zullen de kwaliteit van het onderwijs ten goede komen, alleen al om het feit dat leerlingen getoetst worden. “Als leerlingen moeten deelnemen aan een toets, studeren ze en daardoor gaan ze de leerstof beter bereiken en begrijpen”, legt hij uit. “Daarnaast krijgen scholen een beeld van hoe zij het doen in vergelijking met andere scholen, waardoor ze hun kwaliteit kunnen verbeteren.”

Lieven Boeve, directeur-generaal van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, is er dan weer niet van overtuigd dat de Vlaamse toetsen die op tafel liggen de onderwijskwaliteit ten goede komen. “Het is niet omdat die centrale toetsen er zijn, dat er betere kwaliteit is. De vraag is wat we met die toetsen gaan doen en daar is er een fundamenteel probleem”, verklaart hij. “De toetsen worden op basis van de eindtermen gemaakt, terwijl scholen met leerplannen werken. Die toetsen sluiten dus niet voldoende aan bij wat er concreet in een klas gebeurt.”

Boeve pleit eerder voor een toetsenbank, waarbij scholen kunnen kiezen uit verschillende gestandaardiseerde toetsen. “Dat kan want niet alleen wij, maar ook OVSG werken al met eigen toetsen”, zegt hij. “Zo moet niet elke leerling in elke school dezelfde toets maken, zonder dat er rekening gehouden wordt met wat er in de klas gebeurt.”

Of en welk effect de maatregelen zullen hebben op de onderwijskwaliteit, zal nog niet snel duidelijk worden. “De vruchten van onze inspanningen zullen we later pas plukken. Dat is frustrerend”, erkent Weyts. “We zullen pas later kunnen vaststellen of maatregelen de beoogde resultaten hebben behaald.”

Lerarentekort: “De situatie is ernstig maar niet hopeloos”

Om het lerarentekort aan te pakken, zijn al verschillende maatregelen genomen en nog meer ballonnetjes opgelaten. Toch raken ook bij het begin van dit jaar heel wat vacatures niet ingevuld. Volgens Weyts is “de toestand ernstig, maar niet hopeloos”.

Uit cijfers van VDAB blijkt dat er twee weken voor de start van het schooljaar nog 2.400 vacatures openstaan in het onderwijs. Volgens Koen Pelleriaux, afgevaardigd bestuurder van het gemeenschapsonderwijs GO!, is dat slechts een onderschatting en zal het aantal in de loop van het schooljaar nog toenemen. Niet alle scholen geven namelijk hun vacatures door aan de VDAB en er is nu ook geen uitval van bijvoorbeeld zieken.

Weyts nam al maatregelen die meer mensen naar het onderwijs moeten lokken. Zo kunnen zij-instromers tien jaar anciënniteit meenemen, komt er een lerarenbonus voor wie les wil geven maar nog geen pedagogisch bekwaamheidsbewijs heeft en zijn de regels voor een vaste benoeming aangepast zodat startende leerkrachten sneller zicht krijgen op een vaste benoeming.

Voor de onderwijsverstrekkers zijn die maatregelen niet voldoende. Ze komen zelf met verschillende voorstellen. Zo roept het gemeenschapsonderwijs GO! op om het secundair onderwijs anders te organiseren, meer zoals het hoger onderwijs. “We moeten af van alle lessen in klassen van twintig leerlingen te organiseren”, zegt Pelleriaux. Een leraar geschiedenis die gepassioneerd les geeft, kan dat ook doen voor een groep van zestig leerlingen, terwijl leerlingen voor oefeningen in groepjes van vier kunnen begeleid worden, is zijn redenering.

Verder moet ook dubbel werk vermeden worden, stelt de GO!-topman. “Het blijft onbegrijpelijk dat duizenden leerkrachten wiskunde voor het vijfde jaar hetzelfde examen maken, terwijl ze allemaal hetzelfde leerplan gebruiken”, zegt hij. “Laat teacher design teams (ontwerpteams) lesmateriaal en examens uitwerken die alle leerkrachten kunnen gebruiken.”

Ook kunnen nog andere taken uitbesteed worden, meent Pelleriaux. Hij denkt dan niet alleen aan het toezicht op de speelplaats, maar ook bijvoorbeeld aan het corrigeren van toetsen en examens. “We kunnen dat uitbesteden aan andere beroepsgroepen zodat leerkrachten meer tijd hebben om zich te focussen op hun kerntaken.”

Walentina Cools, algemeen directeur van de Onderwijsvereniging van Steden en Gemeenten (OVSG), vindt dat er van bovenaf te veel bepaald wordt. De manier waarop scholen zich organiseren, moet flexibeler kunnen, op basis van de specifieke noden van die school. Ze merkt op dat scholen creatieve oplossingen zoeken voor het lerarentekort, bijvoorbeeld door lesgeven in de klas te combineren met afstandsonderwijs of de dagen anders in te delen. “We werken nu met standaarddagen, maandag tot en met vrijdag van 8.30 uur tot 16 uur, met woensdagnamiddag vrij. Scholen zouden ook kunnen beslissen om bijvoorbeeld woensdagnamiddag les te geven om toch alle vakken te kunnen geven”, verklaart ze. “Laat scholen beslissen om bijvoorbeeld tieners ook les te laten volgen op woensdagnamiddag en hen op andere dagen later te laten starten of vroeger te stoppen.”

“Directies krijgen veel regels opgelegd. Zo krijgen ze verschillende gekleurde middelen, waarbij duidelijk vermeld wordt waarvoor ze die mogen inzetten. Scholen moeten de vrijheid krijgen om die middelen gericht te gebruiken. Geef hen de ruimte en het vertrouwen om zelf te beslissen wat ze ermee doen, afhankelijk van hun noden”, stelt Cools nog.

Om dat te kunnen doen, moeten er natuurlijk heel wat heilige huisjes in het onderwijs gesloopt worden, erkent ze. De OVSG-topvrouw pleit opnieuw voor een schoolopdracht, waarin zaken als opleidingsdagen, voorbereidingen en overlegmomenten structureel zijn ingebouwd.

Dit schooljaar start een proefproject waarin scholen de mogelijkheid krijgen om de bestaande regelgeving even te negeren om andere concepten in de praktijk uit te testen in de strijd tegen het lerarentekort. Lieven Boeve, directeur-generaal van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, vreest dat die proeftuinen als excuus gebruikt kunnen worden om geen initiatieven meer te nemen. Die proeftuinen worden slechts in een paar scholen uitgerold en er zullen dus ook niet meteen concrete resultaten zijn. “Stilstand kunnen we ons niet meer permitteren”, vindt Boeve.

Boeve wil dat er een politieke context gecreëerd wordt om het lerarenberoep en de organisatie van scholen fundamenteel te herbekijken. Nu gaat het in de strijd tegen het lerarentekort te vaak over tijdelijke maatregelen, bricolage, die de huidige systemen nog ingewikkelder maken.

Hij pleit opnieuw voor een duurzaam en doortastend loopbaanpact, zodat scholen en schoolbesturen een echt personeelsbeleid kunnen voeren. Daarnaast moeten lerarenkorpsen zowel in het basis- als in het secundair onderwijs kunnen bestaan uit bachelors, masters en onderwijsassistenten met eigen verantwoordelijkheden binnen de schoolwerking. Op die manier ontstaat er een leerladder en is er mobiliteit tijdens de loopbaan mogelijk.

Weyts benadrukt dat scholen en leraren al heel wat autonomie hebben. “Directies en leraren zijn de regisseurs van het leerproces en hebben al veel autonomie”, zegt hij. “Een klas hoeft niet beperkt te zijn tot 25 leerlingen en een lerarenteam kan al beslissen om een bepaalde leraar zich meer te laten toeleggen op het verbeteren of het maken van lesvoorbereidingen, terwijl een andere leraar meer tijd kan steken in het lesgeven.”

Volgens Boeve zouden er nog meer middelen ingezet kunnen worden om het lerarentekort te lijf te gaan, geld dat voorzien is voor lonen van leerkracht en dat nu niet gebruikt wordt wegens het lerarentekort. “Op dit moment helpt het lerarentekort de begroting van de Vlaamse regering. Dat is jammer want veel scholen draaien in de soep”, hekelt hij.

De minister wijst er nog eens op dat scholen die moeite hebben om leerkrachten te vinden, tot 20 procent van hun budget voor het loon van leerkrachten ook mogen aanwenden om ander personeel aan te werven, zoals technische of ondersteunende profielen.

Aangeboden door onze partners

Lees ook

Hoofdpunten