Rechtbank beslist binnen maand over tijdelijk verbod op uitlevering Iraanse terrorist

Assadollah Assadi. 

De Franstalige rechtbank van eerste aanleg van Brussel, zetelend in kort geding, zal binnen een maand een beslissing vellen over de vraag of een eventuele overbrenging van de veroordeelde Iraanse terrorist Assadollah Assadi tijdelijk verboden moet worden. Leden van de Iraanse oppositie in Europa vragen dat de rechtbank een overbrenging zou verbieden tot het Grondwettelijk Hof de kans heeft gekregen zich uit te spreken over de wet en het verdrag dat de overbrenging van gedetineerden tussen België en Iran mogelijk maakt.

wverBron: BELGA

Assadollah Assadi werd door de Antwerpse correctionele rechtbank veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 jaar omdat hij het brein was achter een verijdelde aanslag op een congres van de Iraanse oppositie in Parijs, in 2018. Iran heeft de bevoegdheid en de beslissingen van de Belgische rechtbanken in dat dossier nooit erkend.

In maart 2022 sloten België en Iran een verdrag waardoor Iraniërs die in België in de gevangenis zitten, naar hun eigen land overgebracht kunnen worden en omgekeerd. De Iraanse oppositie vreest dat dit binnen de kortste keren zal gebeuren met Assadi, eenmaal het verdrag geratificeerd is. 

“De onderhandelingen over dat verdrag zijn in 2017 begonnen en hebben lang niets opgeleverd, maar zijn in een stroomversnelling gekomen door de arrestatie van ngo-medewerker Olivier Vandecasteele in Iran, in februari 2022”, zei meester François Tulkens, advocaat van de Iraanse oppositie. “Het is duidelijk dat Iran hem eigenlijk als gijzelaar gebruikt. Daarom is dat verdrag plots snel ondertekend en is de wet die het verdrag goedkeurt, snel door het parlement gejaagd.”

Oppositie

De Iraanse oppositie vreest nu dat de overbrenging van Assadi naar Iran al even snel zal gebeuren, onder meer omdat het Iraanse parlement intussen ook al het verdrag zou hebben goedgekeurd. 

“De overbrenging kan gebeuren zodra de wet die het verdrag goedkeurt, gepubliceerd is in het Staatsblad”, ging de advocaat verder. “Dat zou de rechten schenden van de Iraanse oppositie, die het doelwit was van de verijdelde aanslag. We kunnen de wet aanvechten voor het Grondwettelijk Hof, maar als Assadi overgebracht wordt voor het Grondwettelijk Hof uitspraak heeft gedaan, heeft een procedure daar geen enkel belang meer. We vragen de rechtbank niet om te oordelen in plaats van het Grondwettelijk Hof, we vragen alleen ervoor te zorgen dat een procedure bij het Grondwettelijk Hof nog zin heeft.”

Een overbrenging van Assadi naar Iran zou ingaan tegen het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en tegen de rechten die slachtoffers hebben bij de uitvoering van de straffen, aldus nog meester Tulkens: “Het recht op leven betekent ook dat aanslagen op dat recht op leven bestraft worden en dat vonnissen over dergelijke misdrijven uitgevoerd worden.”

“Niet dringend genoeg om aan de kortgedingrechter voor te leggen”

Volgens de advocaat van de Belgische staat is de Iraanse oppositie overhaast te werk gegaan. “Dit dossier is niet dringend genoeg om aan de kortgedingrechter voor te leggen”, zei meester Bernard Renson. “Het verdrag is nog niet geratificeerd, zeker niet in Iran waar de ‘Raad van Wachters van de Revolutie’ meent dat het verdrag niet strookt met de sharia. Het verdrag treedt ook pas in werking dertig dagen nadat het door beide landen geratificeerd is. Over een eventuele overbrenging van meneer Assadi is ook nog geen enkele beslissing genomen, dat kan ook niet zolang het verdrag niet geratificeerd is. Een eventuele schending van de rechten van de eisers is dus puur hypothetisch.”

Het klopt ook niet dat de ondertekening van het verdrag ingegeven zou zijn door de situatie van Assadollah Assadi of Olivier Vandecasteele, aldus de advocaat van de Belgische staat. Die wees er ook op dat de eisers zelfs voor de publicatie van de wet naar het Grondwettelijk Hof kunnen stappen met een schorsings- en een annulatieverzoek. Ten slotte is er geen enkele wet of norm die voorziet dat slachtoffers zouden kunnen tussenkomen in een procedure tot overbrenging van een gedetineerde.

“De eisers vragen hier het recht om zich te verzetten tegen die overbrenging, maar het komt niet aan slachtoffers toe om zich uit te spreken over wat een gepaste straf is en hoe die moet worden uitgevoerd”, zei de advocate van de familie Vandecasteele, die ook tussenkomt in de procedure. “De schending van de rechten van de Iraanse oppositie is louter hypothetisch. Intussen worden de fundamentele mensenrechten van Olivier Vandecasteele al maandenlang écht geschonden. Hij heeft alle belang bij dit verdrag.”

Aangeboden door onze partners

Lees ook

Hoofdpunten