Werken in kerncentrale Doel 3 in verband met de stopzetting van de centrale, moeten niet stilgelegd worden

©  BELGA

De werken die momenteel worden uitgevoerd in kerncentrale Doel 3 in verband met de stopzetting van de elektriciteitsproductie in de centrale, moeten niet stilgelegd worden. Dat heeft de Brusselse rechtbank van eerste aanleg woensdag beslist. De Association Vinçotte Nuclear (AVN), die een kort geding had ingesteld, krijgt over de hele lijn ongelijk, maar kan wel nog in beroep gaan tegen de beschikking.

Bron: BELGA

De kerncentrale Doel 3 werd in 1982 vergund en in januari 2003 besliste de toenmalige regering dat er vanaf oktober 2022 geen elektriciteit meer zou geproduceerd worden in de centrale. Sinds 1 oktober 2022 is dat ook het geval. Sindsdien vinden er in de kerncentrale een aantal werkzaamheden plaats, die volgens AVN kaderen in een volledige stopzetting en ontmanteling van de centrale. Die werken zijn in de ogen van de vereniging in strijd met het Europees recht.

“Voor de oprichting van een kerncentrale is volgens de Europese richtlijn terzake een project-milieueffectrapport nodig, voor een verlenging heeft het Europees Hof van Justitie beslist dat er ook zo een project-MER moet zijn, voor een stopzetting en ontmanteling geldt hetzelfde”, aldus de vereniging.

Geen MER nodig

Volgens de rechtbank is voor de werken die momenteel in de centrale worden uitgevoerd, echter geen MER nodig. Zo stelt de rechtbank vast dat de wet op de kernuitstap, die in 2003 werd gestemd, niet valt onder de nieuwe MER-richtlijn van de EU van 13 december 2011, maar onder de oude MER-richtlijn van 27 juni 1985, en dat die oude MER-richtlijn bepaalt dat zij niet van toepassing is op projecten die in detail worden aangenomen via een specifieke nationale wet.

Daarnaast blijkt volgens de rechtbank dat de wet op de kernuitstap ook niet kan beschouwd worden als een project zoals bedoeld in de nieuwe MER-richtlijn. Die omschrijft een project namelijk als ‘de uitvoering van bouwwerken of de totstandbrenging van andere installaties of werken, of andere ingrepen in natuurlijk milieu of landschap’.

Buitenbedrijfstelling

“De vergelijking die eisers maken met het arrest van het Hof van Justitie van 19 juli 2019 of met het arrest van het Grondwettelijk Hof van 5 maart 2020 gaat niet op aangezien het in die zaken ging over de heropstart van een buitenwerking gestelde kerncentrale voor een periode van bijna 10 jaar”, luidt het vonnis. “Deze vaststellingen leiden tot de conclusie dat de MER-plicht niet van toepassing is op de kernuitstapwet en eisers dan ook tevergeefs voorhouden dat, alvorens deze wet werd goedgekeurd, een MER moest worden opgemaakt.”

Volgens Engie-Electrabel, de Belgische staat en het Federaal Agentschap voor Nucleaire controle (FANC) maken de werken die momenteel plaatsvinden in Doel 3, ook geen deel uit van de ontmanteling of buitengebruikstelling van de centrale, maar van de buitenbedrijfstelling. Die post-operationele fase was in de ogen van AVN een tussenperiode die kunstmatig en in strijd met de MER-richtlijn was gecreëerd door de overheid en het FANC.

Ook op dat punt krijg AVN ongelijk. In de voorbereiding van de wet op de kernuitstap was immers al sprake van een dergelijke tussenfase, oordeelt de rechtbank, en de definities die België geeft aan de termen ‘ontmanteling’ en ‘buitenbedrijfstelling’ gaan niet in tegen het Europees recht.

Transitie

“De definities die de Europese Commissie en Euratom geven voor ‘ontmanteling’ of ‘buitengebruikstelling’ laten de mogelijkheid open voor bepaalde, in dit geval zelfs klaarblijkelijk omkeerbare, handelingen die gericht zijn op een transitie, namelijk de periode tussen de stopzetting van de elektriciteitsproductie en de definitieve sluiting (stopzetting) van de centrale of reactor”, klinkt het.

De werken die momenteel in Doel 3 worden uitgevoerd binnen die post-operationele fase, kaderen volgens de rechtbank ook onder het Koninklijk Besluit van 30 november 2011 houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties, namelijk werken “(?) om de installaties in een veilige toestand te brengen en te houden in afwachting van hun ontmanteling, met inbegrip van eventuele voorafgaande ontsmettings- en demontageactiviteiten”, en vallen dus niet onder de MER-verplichting.

Aangeboden door onze partners

Lees ook

Hoofdpunten