Hof van Cassatie buigt zich opnieuw over dossier “duivelskoppel” Lacote en Van Acker

©  BELGA

Het Hof van Cassatie moet zich dinsdag opnieuw buigen over het cassatieberoep dat het zogenaamde “duivelskoppel”, Jean-Claude Lacote (54) en Hilde Van Acker (58), had ingesteld tegen hun veroordeling voor de moord op de Brit Marcus Mitchell (44). Lacote en Van Acker hadden voor het West-Vlaamse hof van assisen de vrijspraak gevraagd, maar kregen respectievelijk 30 en 24 jaar opsluiting voor de moord uit 1996. Volgens het Grondwettelijk Hof was er echter sprake van een discriminerende behandeling.

Bron: BELGA

Het levenloze lichaam van de Britse zakenman Marcus Mitchell werd op 28 mei 1996 ontdekt in het Staatsbos in De Haan. Het onderzoek leidde naar Lacote en Van Acker, die op 2 juni werden opgepakt op de luchthaven van Charleroi. Beide beschuldigden werden na enkele maanden vrijgelaten, maar het onderzoek wees uit dat ze in meerdere oplichtingszaken verwikkeld waren. Via Mitchell zou de Franse Ivoriaan 240.000 Britse pond geleend hebben met het oog op een vermeende lucratieve deal. Het slachtoffer besefte dat hij was opgelicht en eiste daarom het geld van zijn geldschieters terug.

Op 15 december 2011 werden Lacote en Van Acker door het West-Vlaamse hof van assisen bij verstek al tot levenslange opsluiting veroordeeld. Uiteindelijk konden ze pas in november 2019 in Abidjan gearresteerd worden. Beide beschuldigden tekenden verzet aan, maar ook op hun nieuwe proces oordeelde de jury dat ze schuldig waren aan moord. In het arrest werd wel rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn.

Beide beschuldigden stapten daarop naar het Hof van Cassatie en wierpen onder meer op dat het West-Vlaamse assisenhof op de preliminaire zitting besloten had negen getuigen niet op de roepen. Normaal is een cassatieberoep tegen een dergelijk preliminair arrest niet mogelijk maar de verdediging van Lacote en Van Acker zag daarin een schending van het gelijkheidsbeginsel. Als een correctionele rechtbank of een hof van beroep in een tussenvonnis of -arrest een getuigenverhoor afwijst, is daartegen wel een cassatieberoep mogelijk.

Ongrondwettelijkheid

Het Hof van Cassatie legde de discussie voor aan het Grondwettelijk Hof en dat oordeelde dat er inderdaad sprake was van een discriminerende behandeling. Het Grondwettelijk Hof stelde dat uit de parlementaire voorbereidingen blijkt dat de wetgever de assisenprocedure wilde versnellen en vereenvoudigen, wat zou kunnen verantwoorden dat geen onmiddellijk cassatieberoep mogelijk is tegen het arrest waarbij de getuigenlijst wordt vastgelegd. Maar uit die voorbereidingen bleek volgens het Hof niet waarom geen uitgesteld cassatieberoep - dat kan worden ingesteld nadat het assisenproces is afgelopen - mogelijk is.

Daarom oordeelde het Grondwettelijk Hof dat er sprake is van een ongrondwettelijkheid. Dat betekent dat er een uitgesteld cassatieberoep mogelijk is, luidde het nog.

Dinsdag moet het Hof van Cassatie nu beslissen of het de veroordeling van beiden alsnog verbreekt.

Aangeboden door onze partners

Lees ook

Hoofdpunten