Niet langer ‘wachten’ op zware ongevallen voor er iets gedaan wordt? Drones moeten proactief zwarte kruispunten spotten

De Vlaamse overheid gaat voor een nieuwe aanpak: wegen en kruispunten niet pas veiliger maken nadat er ongevallen zijn gebeurd, maar voordat het zo ver is moeten komen. Daarvoor worden camera’s en zelfs drones ingeschakeld.

Jef Poppelmonde

Rode, groene en blauwe vierkanten met ‘auto’, ‘fietser’ of ‘voetganger’ in bijschrift schuiven langs elkaar heen. Achter die vierkanten schuilen geanonimiseerde weggebruikers, die gefilmd werden door camera’s van de Vlaamse overheid. Op videobeelden van een rotonde in Roeselare, waar het fietspad met een scherpe hoek een van de uitrijstroken kruist, is te zien hoe een geel vierkant net niet op een fietser inrijdt. Beelden uit Zonnebeke tonen hoe een auto na het oversteken gaat spookrijden. De wat futuristisch ogende beelden gaan naar de kern van een nieuwe verkeersveiligheidsaanpak door de Vlaamse overheid.

Voor het wegwerken van onveilige wegen en kruispunten geldt al decennialang een cynische logica. Hoe meer en hoe zwaardere ongevallen er gebeuren, hoe meer ‘punten’ een locatie krijgt en hoe hoger ze schuift op de ‘zwarte’ prioriteitenlijst. Die lijst vormt de basis van het Vlaamse verkeersveiligheidsbeleid. Sommige locaties staan er al twee decennia op. De aanpak krijgt de veelgehoorde kritiek dat er eerst doden of gewonden moeten vallen alvorens gevaarlijke locaties in het verkeer onder handen worden genomen. Bovendien kan het verkeersveiligheidsbeleid dringend een nieuwe wind gebruiken. Het aantal slachtoffers stagneert. 2022 kent tot dusver het hoogste aantal verkeersdoden sinds 2016.

De nieuwe aanpak ambieert om gevaarlijke punten ‘proactief’ weg te werken. Het Hasseltse Instituut voor Mobiliteit (IMOB) en het departement Mobiliteit en Openbare Werken ontwikkelden in opdracht van Vlaams minister van Mobiliteit Lydia Peeters (Open VLD) software die dat mogelijk moet maken. Beelden gemaakt door drones en camera’s worden omgezet in data, waarin vervolgens alle bijna-ongevallen kunnen worden vastgesteld: weggebruikers die aan een bepaalde snelheid elkaars traject op korte tijd kruisen. “Als ergens veel bijna-ongevallen gebeuren, kunnen we op zoek naar de oorzaak daarvan, voor het tot echte ongevallen moet komen”, zegt professor verkeersveiligheid Tom Brijs (IMOB).

Proefprojecten in Limburg en West-Vlaanderen werden afgerond. Aan een schoolpoort in Beringen leerden de beelden dat veel kinderen niet overstaken over het zebrapad, nochtans op een drukke gewestweg. “Dan rijst de vraag: hoe kunnen we die overstekende scholieren beter kanaliseren? Door de geleiding naar het zebrapad te verbeteren. Maar ook meer verlichting en sensibilisering kunnen het daar veiliger maken.”

Of Vlaanderen en de lokale besturen voortaan op grote schaal preventief kruispunten onder handen gaan nemen, zal nog moeten blijken. Op de laatste ‘zwarte lijst’ staan nog altijd 179 punten waar wél al slachtoffers vielen, te wachten om aangepakt te worden – en de budgetten zijn beperkt. Tom Brijs wijst er wel op dat een onveilige situatie ontmijnen “niet noodzakelijk veel geld hoeft te kosten”. “Soms kan het aanbrengen van wat extra markeringen, of het sensibiliseren van ouders aan de schoolpoort, al verschil maken.”

Volgens minister Peeters zullen de beelden vooral belangrijk blijken om onenigheden sneller te beslechten, zegt ze. Nu lopen herinrichtingen vaak vertraging op omdat het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV), de stad, de politie of de Fietsersbond een andere analyse maken of de situatie anders inschatten. “Toen ik burgemeester was in Dilsen-Stokkem, drongen wij jarenlang bij AWV aan om een middenberm te plaatsen op een drukke tweebaansweg. Wij zagen daar veel auto’s midden op de weg rechtsomkeer maken. Pas na een ongeval waarbij twee kinderen en hun ouders stierven, kwam die berm er. Als camera’s die onveilige situatie hadden kunnen vastleggen, waren we sneller tot een oplossing gekomen.”

Aangeboden door onze partners

Hoofdpunten