Britse onderzoekers leggen verband tussen motoriek en verstandelijke ontwikkeling

Baby kruipt niet na 9 maanden: meer kans op leerproblemen

Baby's die op negen maanden niet kunnen kruipen, hebben meer kans op leermoeilijkheden en gedragsproblemen. Dat blijkt uit een grootschalig Brits onderzoek. Eline Bergmans

Eline Bergmans

Britse onderzoekers van de universiteit van Londen analyseren de ontwikkeling van bijna 15.000 Britse kinderen die geboren zijn tussen 2000 en 2001. De studie loopt tot en met 2012 en tracht de vinger te leggen op hun ontplooiing. Uit tussentijdse resultaten die gisteren werden bekendgemaakt, blijkt dat er een duidelijk verband is tussen de motoriek van baby's van 9 maanden en hun verstandelijke ontwikkeling op vijfjarige leeftijd.

Baby's die hun motoriek langzaam ontwikkelen en die bijvoorbeeld een slechte coördinatie hebben, hebben later meer kans op leerachterstand en gedragsproblemen. De onderzoekers maken een onderscheid tussen grove en fijne motoriek. Grove motoriek - zoals kruipen, zelfstandig zitten, staan en de eerste pasjes - zouden volgens de studie voornamelijk in verband staan met latere gedragsmoeilijkheden, terwijl de fijnere motoriek - zoals dingen vastnemen tussen duim en wijsvinger - vooral gerelateerd is aan leermoeilijkheden. 'Er is een duidelijke link tussen de vertraging in motoriek tijdens het eerste levensjaar, dat is volgens de onderzoekers het geval bij ongeveer een op tien kinderen, en verstandelijke ontwikkeling na vijf jaar', zegt Ingrid Schoon, professor menselijke ontwikkeling die het onderzoek leidde.

Screening kan helpen

De onderzoekers wijzen op het belang van vroege screening in ontwikkelingsachterstand. Dat bevestig het Centrum voor Ontwikkelingsstoornissen, verbonden aan de Universiteit Gent. 'Als je kinderen met een slechte motoriek tijdens hun eerste levensjaar eruit haalt, kun je door motorische stimulatie een deel van het probleem opvangen', zegt kinderneurologe Ann Oostera. 'Maar natuurlijk is het heel moeilijk om te bepalen wanneer een kind motorische achterstand heeft. Als het een zwaar probleem is en een kind van tien maanden nog niet zelfstandig kan zitten bijvoorbeeld, is dat eenvoudiger. Maar de groep kinderen die risico loopt op leermoeilijkheden en een verminderde motoriek heeft, is moeilijker te detecteren.'

Geen paniek

Kind en Gezin wacht nog op meer wetenschappelijke resultaten om concrete adviezen te formuleren aan ouders. ' Wij geven ouders nu al tips om bijvoorbeeld al op jonge leeftijd gehoorstoornissen op te sporen', zegt woordvoerder Leen Du Bois. 'Als er meer wetenschappelijke bewijzen zijn over het verband tussen motoriek en ontwikkeling, zullen we ook op dat vlak aanbevelingen doen. Maar we moeten wel vermijden dat ouders gaan panikeren als hun kind op negen maanden nog niet kan kruipen. Er zijn ook kinderen met een mindere motoriek die geen leermoeilijkheden krijgen, maar gewoon iets trager ontwikkelen.'

Dat zegt ook Ann Oostera. 'Kinderen met een lagere spierspanning zitten en stappen altijd later. Het heeft niets te maken met een lage verstandelijke ontwikkeling. Zij zullen die achterstand later wel inhalen. Maar ouders kunnen wel alert zijn voor het probleem. In het centrum voor ontwikkelingsstoornissen vinden wij het leren omrollen nog belangrijker voor de ontwikkeling van een kind dan zitten of kruipen. Door de wiegendoodcampagne zijn buikliggen en rollen bijna een taboe geworden. Terwijl dat tijdens het spelen net heel belangrijk is in de ontwikkeling van het kind.'

Aangeboden door onze partners