Ook gematigde imam en zijn bibliothecaris waren doelwit

Twee van de zes slachtoffers waren een voormalige imam van de Grote Moskee in Brussel en zijn bibliothecaris.

Op woensdagavond 29 maart 1989 deed de secretaris van het Islamitisch Centrum van Brussel een vreselijke ontdekking. In de kantoorruimte achter de Grote Moskee aan het Jubelpark trof hij de lichamen aan van de imam en de bibliothecaris van het centrum, badend in een plas bloed.

De slachtoffers waren de toen 36-jarige imam Al Ahdal uit Saoedi-Arabië en de 48-jarige Salem Bahri uit Tunesië. Samen waren vier kogels afgevuurd met een 7,65mm-pistool. Van de dader was geen spoor, maar de imam had eerder doodsbedreigingen gekregen. De bibliothecaris werd waarschijnlijk het slachtoffer omdat hij de dader had gezien.

Abdullah Al Ahdal was in 1952 geboren in Hadidi, Saoedi-Arabië. Hij was naar Brussel gestuurd om toe te zien op de naleving van de islam in de Benelux-landen. Toch was hij geen radicaal figuur, integendeel. In enkele interviews had hij afstand genomen van de fatwa die de Iraanse geestelijke leider Khomeiny over de Britse auteur Salman Rushdie had uitgesproken, na de publicatie van zijn

Duivelse Verzen

. De imam vond het boek van Rushdie 'waardeloos, van bijzonder laag niveau en voor moslims eerder lachwekkend dan gevaarlijk' maar was geen voorstander van een publicatieverbod. In een dreigbrief werd de imam aangemaand zijn verzoenende verklaringen in te trekken. Al Ahdal weigerde politiebescherming, maar werd door de veiligheidsdiensten extra in de gaten gehouden. Dat kon niet beletten dat hij in executiestijl werd vermoord. Twee dagen na de aanslag werden de moorden vanuit Beiroet opgeëist door een organisatie die zich de

Soldaten van de Gerechtigheid

noemden. Die terreurgroep was eerder verantwoordelijk voor aanslagen tegen Saoedi-Arabische prominenten en zat achter de ontvoering van de Belgische arts Jan Cools. (fvg)

Nu in het nieuws