,,IK WAS VAN DE STAD EN DE STAD WAS VAN MIJ''

Bart Van den Bossche mag dan vooral door televisieprogramma's als

Videodinges

en

Kok en Co

een bijna dagelijkse verschijning zijn op de commerciële omroep VTM, toch blijft ,,op een podium staan en liedjes brengen'' het liefste wat hij doet. De leerling van Johan Verminnen, vriend en vroegere studiegenoot van Stef Bos behoort beslist tot de meest productieve zangers van zijn generatie.

KORTRIJK Bernard VANCRAEYNEST

Een optreden tijdens de Gulden Sporenfeesten op het Schouwburgplein in Kortrijk en een dag later tijdens een Hofconcert in Wevelgem, voerde de uitgeweken Kortrijkenaar nog eens naar de stad waar hij zijn jeugd sleet. We trokken een namiddagje op in de schaduw van de gevierde podiumartiest. Met gemengde gevoelens blikt hij terug op de stad van zijn jeugd. Ook al telt hij er nog vele kennissen en trouwe vrienden die zijn onbekommerde jeugdjaren hielpen kleuren.

,,Zo zie je maar weer dat te hard sporten schadelijk kan zijn voor je gezondheid.'' Dat flapt Van den Bossche eruit wanneer tijdens zijn liedjesrecital op het Schouwburgplein een geflipte wielertoerist ongegeneerd tegen het podium komt postvatten. Hij heeft zijn rennersplunje aan, speelt met de ene hand luchtgitaar en met de andere bootst hij de keyboards na. Hij slaagt er niet in om Van den Bossche van zijn stuk te brengen.

,,Ik kom hier graag want jullie zijn steeds een goed publiek'', probeert Bart de brede kloof te dichten tussen het podium en een nogal apathisch publiek. In de opbouw van zijn repertoire wisselt hij vrolijkheid af met melancholie en hij eindigt met een lied vol mijmeringen over 'de stad van zijn jeugd'. Bart Van den Bossche, geboren in Oostende 'met de tenen in de zee', koestert niet enkel een haat-liefdeverhouding met dit Kortrijkse publiek. Die heeft hij ook met de stad waar hij vanaf zijn derde tot zijn achttiende woonde en zijn eerste 'liefkes' had. Nu eens spuwt op hij de kleinburgerlijke mentaliteit van de stad. Minuten later maken die opstandige gedachten plaats voor de heerlijke momenten die hij beleefde met vrienden van de scouts in de kroeg.

Bedrogen

,,Ik had een heel goed gevoel met Kortrijk zolang ik er woonde, maar zodra ik er weg was en had geproefd van steden als Brussel en Antwerpen, voelde ik mij ontzettend bedrogen. Wat hadden ze mij allemaal niet voorgelogen? Ik kon een tijd niet meer in die verstikkende stad komen, heb Kortrijk jaren met opzet vermeden en aarzelde zelfs om er nog op te treden. De bekrompen mentaliteit, die katholieke opvoeding, dat voortdurend vermanende vingertje... Wie niet succesvol, is wordt er niet voor vol beschouwd. Hier wordt miserie weggemoffeld. Op de Grote Markt mag een schooier niet gaan zitten. Bijna vlogen Stef Bos en ikzelf in onze Eurosongperiode, na een gratis try-out-optreden als 'De verschrikkelijke ventjes', in de bak omdat de Nederlander de politie geen identiteitskaart kon tonen. Hij mocht er van de flikken zeker niet blijven overnachten. Die uniformen waren werkelijk uit op problemen. Ze reden ons uiteindelijk met hun blauwe zwaailichten voor tot aan de Hallen en de oprit naar Gent. Toen zwoeren we: nog eens gratis optreden? Over ons lijk.''

Geluk

Wat Bart Van den Bossche vaak te horen krijgt wanneer hij in Kortrijk ouwe bekenden tegen het lijf loopt, is ,,wij zijn helaas blijven hangen maar wat heb jij geluk gehad...''. Zoiets ergert hem. ,,Geluk komt niet vanzelf. Je zoekt het op. Of zoals Jacques Brel, de grote profeet van deze eeuw, ooit zegde: 'De afstand van hier naar Nieuw-Zeeland is niet ver, wel de afstand van hier naar Zaventem'. Natuurlijk wilden mijn ouders dat ik zoals de andere jongens van mijn leeftijd een deugdelijk vak leerde. Ik had beslist voldoende potentieel in huis om historicus te worden of leraar maar hard studeren, dat kon ik niet opbrengen. Ze moesten de examens in de winter leggen. Ik kon wat gitaar spelen en trok uiteindelijk naar het Conservatorium in Brussel. Nadien, in de studio Herman Teirlinck in Antwerpen, vond ik mijn draai. Afgestudeerd in 1988 met Stef Bos en Ingeborg, Rudy Genbrugge en Myriam Bronswaerd, stond de poort open naar een zangcarrière. Eurosong kwam precies op tijd. Authentieke liedjesmakers als Johan Verminnen en Raymond van het Groenewoud waren er gastleraars. Ze stuurden mij de richting van het chanson uit. Al in mei '86 had ik de kans gekregen om een eerste plaatje te maken en de teneur was gezet. 'Overstuur' werd een radiohit. Nadien volgde 'De Kracht van een lied'. Er kwam een eerste CD maar ook theater en televisie waren nooit ver weg.''

Kenmerkend voor Van den Bossche is dat hij altijd met drie, vier dingen tegelijk bezig is. In het najaar is hij zelfs in de musical 'Annie' te zien.

Begijnhofpark

Na tien jaar zangcarrière nestelde hij zich bij de top van de singer-songwriters in Vlaanderen en Nederland. ,,Voor het zover was, hielp ik de stad van mijn jeugd ook aan een uitstekende locatie voor concerten. Met mijn vroegere manager Walter Ertvelt zaten we in 'Het vliegend tapijt' bij vriend Stefaan François. Ook Jo Denaux zat daar. Die opperde het idee om in Kortrijk een concert te houden met Verminnen en met Ingeborg. Ik troonde hen mee naar de groene oase achter de Houtmarkt, in het Begijnhofpark, waar we zo vaak hadden rondgehangen, dicht bij de Peter Pan en andere nachtelijke kroegen. Het concert dat vasthing aan de Sinksenfeesten was een enorm succes. Zo bleef het Begijnhofpark de locatie bij uitstek voor goede concerten in Kortrijk. Ik beschouw het dan ook een beetje als een persoonlijke culturele bijdrage voor de stad.''

LEES OOK

Nu in het nieuws